09 augustus 2008

Georgië en de Sovjeterfenis

Deze zomer bezocht ik Monino, een slaperig stadje in de buurt van Moskou, waar zich het Russische luchtvaartmuseum bevindt. Een fascinerende plek, waar 60 jaar aan luchtmachtgeschiedenis langzaam wegroest. Bijna alle vliegtuigen en helikopters die er opgesteld staan hebben landingsgestellen met lekke banden. De verf bladdert van sommige toestellen af, en het lijkt alsof het grasveld waar ze in staan nooit gemaaid wordt. Geld is er maar weinig, historie des te meer. Die historie werd tijdens mijn bezoek verpersoonlijkt door de gids die mijn groepje Nederlanders rondleidde op het terrein. Als piloot in de Sovjetluchtmacht had hij in een Tupolev-22 bommenwerper boven de Stille en Atlantische oceaan gevlogen, geschaduwd door NAVO gevechtsvliegtuigen. Verhalend over het eerste Russische toestel uit de jaren ’40 dat een atoombom kon dragen zei onze gids: “toen probeerde de Amerikanen de wereld te domineren, en was het aan Rusland om weerstand te bieden, net als tegenwoordig”.

Het wantrouwen jegens het Westen, en de NAVO in het bijzonder, is bij sommige Russen nog altijd heel groot. Ook de oorlog tussen Rusland en Georgië, die twee dagen geleden vrij plotseling begon, staat voor Russische machthebbers in het teken van de strijd tegen Westerse hegemonie. De Georgische president, Mihkail Saakasjvili heeft de gok gewaagd om de opstandige Georgische regio Zuid-Ossetië met geweld te “bevrijden” en zo de territoriale integriteit van zijn land te verstevigen. Rusland, dat de de facto afsplitsing van Zuid-Ossetië begin jaren ’90 steunde en er sindsdien “vredestroepen” legert, heeft militaire eenheden de grens over gestuurd om de Georgiërs af te stoppen en dwingen tot “vrede”.

Hoe verhoudt dit conflict zich echter tot de tegenstelling Rusland – Westen/NAVO? Sinds de Rozenrevolutie en de verkiezing van Saakasjvili probeert Georgië een pro-Westerse koers te varen. De president heeft expliciet aansluiting gezocht bij de NAVO, iets wat bij Rusland tot verontwaardiging leidde. De Russen beschouwen de Kaukasus nog altijd als hun achtertuin en stellen het niet op prijs wanneer hun invloedssfeer wordt aangetast. De eerlijkheid gebied te zeggen dat het Russisch wantrouwen niet geheel ongegrond is. Sinds 2002 heeft de VS enkele miljoenen dollars militaire hulp aan Georgië gegeven. In eerste instantie was het geld bedoeld om Islamitische radicalen in de regio te bestrijden, later werd het gebruikt om soldaten te trainen voor de 2000-koppige, Georgische missie in Irak. De hulp was nominaal voor deelname aan de “coalition of the willing”, maar al snel bleek dat de Georgiërs het ook binnen een nationale context uiterst nuttig vonden. Een verslaggever van Jane’s Defense Weekly sprak in 2006 een Georgische commandant die vertelde dat de training erg belangrijk was omdat “we de verloren Georgische gebieden terug willen nemen”. Een Amerikaanse militaire adviseur vertelde de journalist dat “we de Georgiërs het mes in de handen hebben gedrukt. De vraag is nu of ze het zullen gebruiken”.

Afgelopen donderdag werd die vraag door de regering van de Kaukasische republiek met een volmondig “ja” beantwoord. De succesvolle herovering van Zuid-Ossetië zou voor Georgië een PR-stunt van formaat zijn. Niet alleen zou de regering in Tbilisi aantonen dat ze gedecideerd tegen separatisten kan optreden, het zou ook een forse deuk betekenen in het imago van de regionale grootmacht Rusland. Het zou ook Saakasjvili geen windeieren leggen. De president ligt in de Georgische politiek al maanden zwaar onder vuur van verscheidene oppositiepartijen. Een succesvolle heroveringsoorlog zou hem ongetwijfeld veel krediet geven onder de Georgische bevolking.

Maar hoe meer Russische tanks de grens oversteken, hoe meer Georgische steden worden gebombardeerd, en hoe meer het er naar uitziet dat de internationale gemeenschap zich niet echt met het conflict zal bemoeien, des te meer lijkt het erop dat Saakasjvili een forse inschattingsfout heeft gemaakt. Voor Rusland is het niet alleen een vervelende aangelegenheid met een opstandig klein buurlandje, maar een volwaardige aanval van een Westerse satelliet op haar invloedssfeer en waardigheid. De bovengenoemde journalist beschreef hoe de Georgische controleposten die Zuid-Ossetië omsingelen worden bemand door soldaten die uitgerust zijn met Amerikaanse uniformen en wapens. Zelfs hun drinkbussen hebben de letters “US” nog pontificaal op de zijkant gedrukt. Een meer onheilspellende symboliek is voor de Russische machthebbers bijna niet te verzinnen.

De wereld, en het Westen, zullen de komende dagen moeten afwachten hoe de situatie zich ontwikkelt. President Bush is “uitermate bezorgd” en westerse leiders morren dat de territoriale integriteit van Georgië door Rusland gerespecteerd dient te worden. Maar het ontbreekt het westen, en de NAVO-landen in het bijzonder, aan elke morele grond om kritiek te leveren. Dat komt vanwege het conflict over, en de uiteindelijke onafhankelijkheid van, Kosovo, waarbij de NAVO nauw betrokken was. De parallellen tussen de geschiedenis van de Servische deelrepubliek en die van Georgië zijn dusdanig sterk dat het bijna een herhaling van zetten lijkt, met slechts een ander land als decor. De Zuid-Osseten willen zich, net als de Kosovaren, losmaken van het land waar ze op dit moment bij horen. De minderheid van etnische Georgiërs die in Zuid-Ossetië wonen is het hier niet mee eens, maar zal zich moeten schikken, net zoals de minderheid van Servische Kosovaren dat moest. Net als bij Kosovo is er een grote mogendheid die het streven van de separatisten steunt, ook al zijn hun argumenten volgens het internationale staatsrecht uitermate dubieus. En net als bij Kosovo bombardeert die mogendheid het land dat zijn territorium probeert te behouden.

Kosovo is inmiddels onafhankelijk en wordt beschermd door het Westen. Wat hebben Amerika en de NAVO eigenlijk te klagen als Zuid-Ossetië onafhankelijk wordt, beschermd door de Russen? Welke argumenten kunnen aangevoerd worden zonder dat zij de eigen geloofwaardigheid volledig ondermijnen? Westerse mogendheden zullen Rusland langs dezelfde maatstaf moeten leggen die ze voor zichzelf hanteren. Pas als de dubbele standaarden losgelaten worden zullen gewone Russen, zoals de oude Tupolev-vlieger die mij rondleidde, wat van hun wantrouwen verliezen. Pas dan kunnen we uitzien naar een constructievere relatie met het land dat het leeuwendeel van de Sovjeterfenis draagt.

02 juni 2008

Oranjekoorts

Oranjekoorts maakt zich langzaam meester van Nederland, en terwijl dat gebeurt raak ik steeds verder in geestelijke nood. Er heeft zich namelijk een heftige tweestrijd van mij meester gemaakt. Ziet u, voetbal is emotie, en zo beleef ik het ook. De ratio kan het, als het om het spelletje gaat, nog wel eens laten afweten. Zo ook in het geval van het Nederlands elftal. U moet weten dat ik een hekel heb aan Marco van Basten. Ooit was van Basten voor mij een soort glorierijk figuur uit het verleden. Maker van een wonderschoon doelpunt tijdens de finale van het EK ’88. Na die finale heeft mijn moeder mij als 6 jarig jongetje samen met mijn zusje op de fiets meegenomen naar de Denneweg, in Den Haag. Die straat zag volkomen Oranje, en het volksfeest dat bekend is van de nasleep van die finale was daar in volle gang. Marco van Basten was voor mij net zo ver weg als mijn herinneringen van toen ik 6 jaar was. Zoals de Denneweg toen: feestelijke schim uit het verleden.

Dat beeld van Marco werd ruw verstoord toen hij bondscoach werd. De KNVB heeft de voorkeur voor zeer ervaren internationals die tegelijkertijd totaal onervaren coaches zijn. Soms gaat dat goed. Frank Rijkaard bleek een topcoach, en faalde slechts omdat een handje vol Oranje-spelers in de halve finale een penalty niet konden benutten. Maar soms gaat het ook mis, zoals bij Marco. In tegenstelling tot Rijkaard omringde van Basten zich niet met ervaren assistenten, maar werd hij bijgestaan door John van ’t Schip. De enige echte ervaring die van ’t Schip had stamde uit zijn volslagen mislukte avontuur bij FC Twente, waar hij het als hoofdcoach mocht proberen en prompt zijn onkunde bewees. Daarna werd hij assistent van van Basten bij de A jeugd van Ajax. Daar kon hij, net als van Basten, weinig kwaad aanrichten. Maar voor het Nederlands elftal was hij ongeschikt.

Na zijn aanstelling leek Marco zich in eerste instantie niet te realiseren dat hij geen coach meer van de Amsterdamse A1 was. De ene na de andere jonge Ajacied, of ex-Ajacied, belandde opeens in de nationale selectie. Daarna werden ervaren krachten, spelers van wereldniveau, aan de kant geschoven. Edgar Davids, Mark van Bommel, Clarence Seedorf en, kortstondig, Ruud van Nistelrooy. Tussen van Basten en van Bommel en Seedorf komt het nooit meer goed. En dat is een doodzonde. Even ter illustratie: van Bommel en Seedorf hebben samen meer prijzen gewonnen dan de hele huidige Oranjeselectie bij elkaar. Het feit dat deze cruciale spelers ontbreken op EK is volledig te wijten aan San Marco.

En dan was er de spelerskeuze. Af en toe worden er spelers geselecteerd waarvan het overduidelijk is dat ze niet in Oranje thuishoren. Kew Jaliens bijvoorbeeld, of Denny Landzaat. Barry Opdam, en als uitsmuiter Demy de motherfucking Zeeuw. Het hele jaar kut spelen, in de competitie met AZ op peilloze diepte eindigen, maar deze maand wel gewoon in de basis tegen Italie, waar ie ongetwijfeld vakkundig gefileerd zal worden door Gennaro Gattuso. Want ja, als je al niet eens tegen het middenveld van VVV goed presteert, dan kan je duels tegen echt goede voetballers wel vergeten.

Maar nu mijn dilemma. Zoals heel Nederland wil ik dat we kampioen worden. Maar ik gun het Marco van Basten niet. Weegt dat zwaar? Ja, dat weegt zwaar. Ik ben van het type die in Europese wedstrijden tegen de Nederlandse ploeg is als de trainer en de club met niet aanstaan. Lees: AZ, en vaak ook Ajax. Er woed in mijn hoofd een strijd tussen mijn wil om als land het EK te winnen, en het vurige verlangen om Marco's termijn van vier jaar als bondscoach definitief te laten mislukken. Want wedstrijden winnen van Albanië is tot daar aan toe, maar als Nederland er in Zwitserland in de groepsfase uitvliegt heeft Marco welgeteld niks bereikt op eindtoernooien. Ik hoop dat ik er voor mezelf uit kom, vóór de eerste Oranje aftrap. En indertussen droom ik van Bert van Marwijk, die zijn schoonzoon van Bommel gewoon weer op zal roepen.

25 mei 2008

De principes van Maxime Verhagen

"Ik wil u graag verzekeren dat we niet zullen toestaan dat dit opnieuw gebeurt". Maxime verhagen liet er op 18 mei geen twijfel over bestaan. Nederland, medeorganisator van de VN racismeconferentie 2009, zou niet instaan voor een herhaling van wat zich bij de vorige editie ontspon. Tijdens die bijeenkomst in Durban, Zuid-Afrika, hadden enkele Arabische landen getracht om Israël in de slotverklaring van racisme te beschuldigen. Dit zou de minister deze maal voorkomen, omdat het onaanvaardbaar zou zijn dat Israël "aangeklaagd [wordt] door landen die nog zo'n lange weg te gaan hebben in termen van democratie en respect voor mensenrechten". De Arabische barbaren tegenover de verlichte Zionisten. Het is een contrast dat het ongetwijfeld goed deed bij zijn publiek. Verhagen deed zijn uitspraken in een speech voor het CIDI (ook wel bekend als het Centrum voor Intrige en Desinformatie Israël) ter ere van de 60e geboortedag van Israël.

Het mag bekend zijn dat het huidige kabinet, onder aanvoering van Verhagen, een buitenlands politiek wil voeren die gestoeld is op mensenrechten en internationale juridische verdragen. De minister heeft hier al een aantal maal over uitgewijd, bijvoorbeeld in de nota “Naar een menswaardig bestaan” waarin hij het concept omschreef, en begin dit jaar nog in een speech aan de universiteit van Utrecht. Door zich over Israël bijna uitsluitend onkritisch uit te laten, en door het voortdurend prijzen van de Zionistische staat, ondermijnen Verhagen en zijn collega-ministers echter hun eigen mensenrechtenbeginselen, om nog maar te zwijgen van hun eigen geloofwaardigheid. Deze situatie bestaat uiteraard al langer, maar kwam de afgelopen weken weer pijnlijk voor het voetlicht met alle plechtigheden rondom het 60-jarig bestaan van Israël.

Om de hypocrisie van Verhagen c.s. te tonen zal ik een aantal kwesties bespreken die de minister in zijn Utrechtse speech zelf naar voren heeft geschoven als speerpunten van zijn mensenrechten agenda.

1. Verhagen zegt dat er niet gemarteld mag worden, onder geen enkele omstandigheden, punt.
Het is inmiddels algemeen bekend dat Israël al meerdere decennia Palestijnse gedetineerden op systematische wijze martelt. Mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch, Amnesty International en het Israëlische Bet’selem hebben stuk voor stuk lijvige rapporten geschreven over de folteringen van de Shin Bet (de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst) en het Israëlische leger. Het is analoog aan de praktijken in Abu Ghraib en Guantanamo, waar Verhagen zelf van zegt te gruwen, en in veel gevallen nog erger. Er is echter een belangrijk verschil: bij Abu Ghraib volgde een rechtszaak en verantwoordelijke militairen werden in de VS gestraft. Israëlische militaire en politiemensen kunnen daarentegen zorgeloos martelen zonder te vrezen voor vervolging. Israël laat haar soldaten vrijwel altijd straffeloos folteren.

2. Verhagen zegt qua mensenrechten niet lokaal gebruik, maar de universele norm van belang is.
Het Israëlisch hooggerechtshof heeft al een aantal maal gesteld dat Israël niet hoeft te voldoen aan internationale verdragen, die het wel heeft getekend, over bijvoorbeeld oorlogsrecht en mensenrechten. Voor het hooggerechtshof staat Israël boven de internationale wet. Israël gedraagt zich al jaren naar deze uitspraken, bijvoorbeeld door het negeren van een hand vol VN Veiligheidsraadresoluties, en de mening van het Internationaal Gerechtshof over de bouw van de illegale muur in de bezette gebieden. Kortom, in Israël is het lokale gebruik het belangrijkste, en heeft men lak aan de internationale norm.

3. Verhagen zegt dat “Nederlandse inspanning om vrede en veiligheid te bevorderen nauw moet aansluiten bij onze inzet op het gebied van mensenrechten”.
De Nederlandse regering wil, en zet zich in voor, vrede in het Midden Oosten, dat lijdt geen twijfel. Maar gaat dit ook gepaard met inzet op het gebied van mensenrechten? Het kabinet, met Verhagen voorop, is nagenoeg kritiekloos tegenover de talloze Israëlische mensenrechtenschendingen die jaarlijks worden gedocumenteerd door organisatie als Amnesty en Bet’selem. Een voorbeeld: Israël is feitelijk nooit gestopt met het bouwen van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Na elke “stap” in het vredesproces kregen de religieuze fundamentalisten die de Westoever koloniseren weer een uitbreiding cadeau. Wat zegt Verhagen over deze praktijken die in strijd zijn met het internationaal recht en wier illegaliteit niemand betwist? Trekt hij ten strijde tegen deze flagrante schending van de rechten van de Palestijnen? Dreigt hij met het stopzetten van economische samenwerking als dit onrecht niet gestopt wordt? Niet bepaald. Hij vindt de kolonies “contraproductief” en is bang dat ze de “goede wil” van Israël in het twijfel zullen trekken. Deze woorden sprak hij tijdens de Herziliya conferentie, een soort meerdaagse lofzang op de verworvenheden van het Zionisme, waar Verhagen maar al te graag zijn opwachting maakte. In plaats van Israël te veroordelen, wat men gezien zijn “principes” zou mogen verwachten, doet hij zijn best om de waarheid zo zacht mogelijk te brengen. Verhagen hoopt op vrede in het Midden-Oosten, maar is niet bereid om daar inzet voor de mensenrechten aan te koppelen.

Zomaar drie voorbeelden. Als andere speeches en teksten van Verhagen zouden worden aangehaald zou de lijst nog vele pagina’s door kunnen gaan. Dat is geen kwaliteit van ondergetekende; de minister maakt het diegene die zich daarop toelegt vrij eenvoudig. Het mensenrechtenbeleid van Verhagen is een farce. Het kost de minister geen moeite om Chinezen, Arabieren, Soedanezen en andere usual suspects het vuur aan de schenen te leggen, maar als het over Israël gaat, waarover de mensenrechtenorganisaties net zo eensgezind zijn, zingt hij vele tonen lager.

Dat de houding van Verhagen jegens Israël belachelijk is in de context van zijn “mensenrechtenprincipes” lijdt geen twijfel. Voor een gedetailleerd beeld van hoe belachelijk het precies is, is het boek Beyond Chutzpah van de Amerikaanse academicus Norman Finkelstein een aanrader. Finkelstein, zelf joods en zoon van twee Holocaustoverlevers, fileert op magistrale wijze de mythe van Israël als lichtend voorbeeld voor andere staten in het Midden-Oosten. De verschrikkingen die decennia van bezetting voor de Palestijnse bevolking hebben betekend worden geschetst aan de hand van talloze rapporten van de VN en mensenrechtenorganisaties. Ook laat Finkelstein zien dat het bestempelen van Israël als een fundamenteel racistische staat helemaal niet zo belachelijk is als Verhagen het voordoet. De voorbeelden zijn legio: het Zionisme is bijvoorbeeld gestoeld op het idee dat joden meer recht hebben op Palestina dan haar daadwerkelijk inwoners. Palestijnse burgers worden door het Israëlische leger van hun eigen land verjaagd om plaats te maken voor illegale joodse nederzettingen. De Westelijke Jordaanoever is bedekt met een grofmazig netwerk van snelwegen waar uitsluitend joden gebruik van mogen maken. Israël kent zo’n 20 wetten die iemand van joodse afkomst expliciet bevorderen ten opzichte van niet-joden. Als vergelding voor Palestijnse terreurdaden worden dikwijls huizen van vermeende terroristen (en hun families) door het Israëlische leger tegen de vlakte gegooid, hetgeen de huizen van Joodse terroristen nooit overkomt.1 Palestijnen worden stelselmatig gediscrimineerd als het gaat om waterrechten, landbouwrechten, bouwrechten, en uiteraard mensenrechten. Als dat geen racisme mag heten, dan is de term ontdaan van al haar waarde.

De echte obstakels die vrede in het Middenoosten in de weg staan zijn niet symbolische daden zoals een verklaring die Israël als racistisch wil bestempelen. Het probleem ligt eerder bij Amerikaanse en Europese politici zoals Verhagen, die al decennia lang de mond vol hebben van mensenrechten, maar tegelijkertijd energieke apologisten van Israël zijn en altijd paraat staan om haar acties te vergoelijken. De Palestijnen en hun Arabische bondgenoten zijn uitermate zwak, en kunnen geen tegenwicht bieden aan de door het Westen gesubsidieerde economische en militaire kracht van Israël. Zij zijn dus op ons aangewezen om hun rechten te verwerven en beschermen tegen Israëlische agressie. Bij de 60e verjaardag van de Zionistische staat wordt het nu toch eindelijk tijd om haar verantwoordelijk te houden voor haar acties, en druk op haar uit te oefenen om haar beleid te wijzigen. Om nogmaals Verhagen te citeren, “mensenrechten gelden voor iedereen, altijd en overal”. Laat hem deze uitspraak serieus nemen, en laat hem Israël ter verantwoording roepen en zijn “betrokkenheid omzetten in daden”.

1. “Joodse terroristen” zult u denken, “bestaan die dan”? Wel degelijk. Denk aan Yigal Amir, de moordenaar van Rabin, Baruch Goldstein, en de talloze kolonisten die met regelmaat het vuur openen op Palestijnse boeren in de buurt van hun illegale nederzettingen.

25 april 2008

Echte duurzaamheid

Wat hebben een Zuid-Amerikaanse cocalero (coca teler) en sojaboer gemeen?

Laat ik de vraag in context zetten: elke dag krijg ik van het online tijdschrift Slate per email een cartoon doorgezonden. Meestal zijn de polemische afbeeldingen, duidelijk links of rechts. Maar laatst zat er eentje bij die ook de neutrale toeschouwer aan het denken zette. Op de tekening was een wat dikkige man te zien die aan de benzinepomp fluitend zijn auto volgoot. Een bordje op de pomp identificeerde de brandstof als ethanol, en achter de man stond een reclamebord met de tekst “Nu slechts 19 voedselrellen per volle tank!” Wrang, maar de laatste weken word de kern van waarheid die in de cartoon besloten licht steeds groter. Vrij plotseling is wereldwijd in verscheidene landen een voedseltekort ontstaan. Niet alleen de armste landen, zoals Haïti, maar ook ontwikkelde staten zoals Egypte en relatief rijke naties als Argentinië hebben te maken met forse stijgingen van voedselprijzen. In Bangladesh kost een dagelijkse portie rijst inmiddels de helft van het gemiddelde inkomen van een arme. De prijs van maïs op de wereldmarkt is de afgelopen maanden met 30% gestegen. In het al eerder genoemde Egypte, een van de grootste importeurs van granen, is de prijs van brood de afgelopen weken zelfs met een factor vijf gestegen. Een indrukwekkend gegeven, overigens. De meesten onder ons zouden toch stijl achterover slaan als een halve pain de Provence bij de AH opeens € 6,50 kost in plaats van € 1,50.

Een groot deel van de prijsstijgingen, en de bijbehorende voedselcrisis, is te wijten aan het feit dat steeds meer landbouwproducten gebruikt worden om biobrandstoffen te produceren. Deze analyse maken verscheidene landen en instanties als de Voedsel en Landbouw Organisatie van de VN. Door de actuele milieuhype is de vraag naar biobrandstof fors gestegen, en zo ook de vraag naar de grondstoffen die gebruikt worden in de productie. Die vraag is inmiddels zo groot dat het voor boeren aantrekkelijker begint te worden om bijvoorbeeld maïs te verkopen voor biobrandstofproductie dan voor voedselproductie. Aldus wordt er minder voedsel geproduceerd, en stijgt de prijs hiervan.

Terug naar de cocalero en de sojaboer. De cocalero produceert coca die hij kan verkopen aan drugshandelaren. Deze handelaren verwerken de cocabladeren tot cocaïne, dat veelal in het westen wordt afgezet. Door het geringe aanbod en de grote vraag is de prijs van cocaïne in westerse landen bovendien doorgaans erg hoog. Een mondiaal mechanisme van vraag en aanbod zorgt ervoor dat de gewoontes van een aantal (veelal welgestelde) Europeanen en Amerikanen het aantrekkelijker maakt voor de cocalero om coca te verbouwen dan een ander gewas. Gezien de prijs die hij voor andere gewassen krijgt is hij soms zelfs genoodzaakt om coca te telen. In Colombia, bijvoorbeeld, is het wegens de verdeling van landbouwgrond ook nog eens zo dat veel cocatelers in spé eerst een stuk Amazoneregenwoud moeten platbranden voordat zij een akker hebben.

Aan de andere kant van de grens, in Brazilië, bevinden zich sojaboeren die er exact dezelfde handelswijze op nahouden, en een onderdeel zijn van exact hetzelfde mechanisme als de cocalero’s. Vraag naar biobrandstoffen van welgestelde westerlingen zorgt ervoor dat de sojaboer meer krijgt voor zijn oogst als hij deze oormerkt voor biobrandstofproductie. Zoals de cocalero ziet de sojaboer zich soms genoodzaakt te kiezen voor biobrandstof, omdat voedselproductie te weinig oplevert. En ook de sojaboer kapt regenwoud om aan akkergrond te komen. Wie de mechanismen achter de cocaïnehandel kent, had de huidige voedselcrisis kunnen zien aankomen. Een Westers modeverschijnsel dat een averechts effect heeft op de rest van de wereld. En terwijl de wisselwerking tussen cocaïnegebruik en cocalero’s alom worden erkend en afgekeurd, wordt de biobrandstofindustrie, die exact dezelfde uitwerking heeft, vooralsnog slechts aangemoedigd.

Is een eigenaar van een biobrandstofauto moreel verantwoordelijk voor voedselrellen? Wellicht, maar als autoeigenaar ben je altijd wel ergens moreel verantwoordelijk voor. Zijn het niet voedselrellen, dan is het wel de opwarming van de aarde. Eén belangrijk verschil met cocaïnegebruikers: biobrandstofrijders hebben de beste intenties. Maar als de voedselcrises iets duidelijk hebben gemaakt dan is het wel dat milieuvriendelijke initiatieven ook gewoon gehoorzamen aan de wetten van de internationale markt, goede bedoelingen of niet.

Zorg voor het milieu is noodzaak, maar ook hype. En middenin die hype moeten we oppassen dat ook “groene” initiatieven getoetst worden aan de wetten van de globalisering, en uiteraard het gezond verstand. De ontstane voedselcrisis heeft veel weg van een maar al te bekend patroon: de westerse wereld die maatregels implementeert en levenspatronen vestigt zonder acht te slaan op, of goed na te denken over, de gevolgen voor de rest van de wereld. Als deze zich nu onze vervoersstandaarden zou aanmeten zou niet alleen de olie vrijwel direct op zou raken, maar het eten blijkbaar ook. We moeten zorgen dat de hele keten, van sojaboer tot dikkige, tankvullende man klopt. Pas dan kan er gesproken worden van echt duurzame oplossingen.

07 april 2008

Gratis wonen?

De nationale politiek is deze dagen volledig in de ban van rechts-radikalen. Eerst was er de film van Geert Wilders, en het daaropvolgende, minstens zo spannende, en een stuk beter geregisseerde debat in de kamer. En vervolgens was er, afgelopen donderdag, de lancering van Trots op Nederland, de politieke beweging van Rita Verdonk. TON is een beweging, en geen partij. Dat schijnt vooral te maken te hebben met het feit dat politieke partijen wettelijk verplicht zijn om hun geldschieters openbaar te maken, en Verdonk voelt daar niet zoveel voor. Verdonk wil vooral luisteren naar de gewone burger. Als je overigens als gewone burger op haar openingsfeestje je stem wilde laten horen, moest je wel eerst even € 75,- neertellen. Blijkbaar is dat Rita’s idee van de democratie meer toegankelijk maken.

Terwijl de landelijke politieke schijnwerpers ferm naar rechts zijn gekeerd gaat het politieke gesprek in Leiden vooral over links-radikalen. Morgen vindt de langverwachte vergadering van de commissie Ruimte en Bereikbaarheid plaats in het Leidse gemeentehuis. Het belangrijkste item op de agenda is het legaliseringproces rondom de Vrijplaats Koppenhinksteeg, een stel kraakpanden aan de Koppenhinksteeg en Hooglandse Kerkgracht. De panden zijn als sinds eind jaren 60 illegaal bezet door een bonte stoet aan organisaties. De laatste 10 jaar zijn de panden echter in gebruik door een redelijk vast aantal initiatieven die onder de koepel van de zogenaamde “postparlementaire” organisatie Eurodusnie. Voor wie daaraan twijfelt: www.koppenhinksteeg.nl linkt direct door naar www.eurodusnie.nl. De kwestie rond de legalisering was de afgelopen weken volop in het nieuws omdat het Leidse college van B&W een voorgenomen besluit heeft genomen om de legalisering stop te zetten. Er zou een financieel gat zijn van ongeveer 3 ton waar de gemeente voor op moet draaien. In het collegeakkoord staat dat er niet meer dan 460.000 euro zal worden uitgegeven.

Laat ik onmiddellijk kleur bekennen: ik ben een groot voorstander van een kraakverbod. De noodzaak voor een kraakverbod alleen al vind ik uitermate vreemd. Het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat eigendom niet zomaar ten behoeve van anderen onteigend kan worden. Het besluit tot legalisering, dat de Leidse gemeenteraad in 2005 nam, had dan ook nooit genomen moeten worden. Het stuurt een verkeerd signaal naar de rest van de inwoners van de start. Illegaal gedrag loont. Als je maar links genoeg bent, en lang genoeg blijft hangen, krijg je het pand dat je in eerste instantie van de gemeente gestolen hebt vanzelf kado. Niet alleen dat, maar de gemeente is ook nog eens bereid om er bijna een half miljoen euro op toe te leggen. Wat moeten andere verenigingen en clubs, die wel gewoon huur betalen en het ook niet al te breed hebben, hiervan denken? De voorstanders van legalisering, zoals de SP, zeggen “afspraak is afspraak,” en vragen zich af wat een afspraak met de gemeente waard is als eerst legalisering is belooft, en het college vervolgens terugkomt op die belofte. Maar zij gaan voorbij aan het feit dat legalisering nooit belooft is. In de legaliseringsnotitie van 12 maart, 2007 staat dat de legalisering door zal gaan onder bepaalde omstandigheden en voorwaarde. Een van die voorwaarde was een financiele. Er werd gesteld dat er niet meer dan 460,000 euro zou worden uitgegeven, en in het collegeakkoord van het huidige college werd nog eens benadrukt dat dat bedrag niet verhoogd zou worden. Dus ik vraag mij af, wat is een belofte van deze gemeente waard? Ik, als inwoner van de stad Leiden, ben tegen de legalisering van de Vrijplaats. Maar de legaliseringsnota was nu eenmaal door de raad goedgekeurd, dus daar had ik me bij neer te leggen. Maar nu aan de voorwaarde die voor legalisering niet wordt voldaan, verwacht ik van de gemeente dat zij zich aan de beloftes houden die ze hebben gemaakt. Er zal niet meer dan 460,000 euro aan gemeenschapsgeld worden uitgegeven aan een verzameling initiatieven die maar beperkte steun genieten onder de bevolking. Bovendien valt over het nut en de waarde van de initiatieven nog ruim te discussieren. De gebruikers van de vrijplaats kunnen zich geen leiden zonder Koppenhinksteeg voorstellen, maar veel mensen wel, en zij zijn niet bereid om de legalisering tegen elke prijs doorgang te laten vinden.

De SP heeft gelijk, afspraak is afspraak, en belooft is belooft. Niet meer dan 460,000 euro uitgeven aan de Koppenhinksteeg. Als de bewoners het geld zelf niet kunnen opbrengen, dan gaat de legalisering niet door.

31 maart 2008

Flutna

De gevreesde film van Geert Wilders, Fitna, sloeg afgelopen week in als een losse flodder. De site waarop het stukje vrije meningsuiting geplaatst stond, zag zich genoodzaakt om het twee dagen later alweer offline te nemen. Wegens ernstige bedreigingen aan het adres van de medewerkers, was de melding van de redactie. Waarschijnlijk van een stel bona-fide filmmakers die zo boos waren over de kwaliteit van Fitna, dat ze het gedrocht kosten wat het kost van het internet wilde hebben. Want dat is toch wat opvalt over de film Fitna. Het feit dat het woord film wel in een heel ruime zin is gebruikt. Het is eigenlijk gewoon een clipshow. Iets wat je zou verwachten van een puberale scooterrijder met rechts-radicale sympathieën en toegang tot een computer met de meest simpele video-software. Het beste wat Wilders had kunnen doen, zoals Boris van der Ham al eens zei in een column, is op de gegeven datum géén film uit te brengen. Dan hadden het hele kabinet Balkenende en de media voor schut gestaan vanwege die crisissfeer die zij de afgelopen weken hebben opgeroepen. Maar helaas, Geert was zo in zijn nopjes met alle aandacht dat hij het niet kon laten, en Fitna toch heeft uitgebracht. En dat is jammer, want het bevestigd het beeld dat veel mensen al langer hebben van Wilders. Dat hij een inhoudsloze populist is, die alles doet voor de aandacht.

De film was echt onstellend slecht. Niet alleen qua filmische qualiteiten, maar ook de inhoud. Wilders haalt soera's van de Koran volledig uit z'n verband, en als klap op de vuurpijl vertaalt hij ze ook nog verkeerd. Hij heeft een van de beruchte Deense cartoons misbruikt door hem zonder toestemming te plaatsen. Dat komt hem wellicht nog op een rechtzaak te staan. Lang leve de rechtsstaat, zoals Wilders vaak placht te zegggen. Als illegaal plaatsen van een cartoon niet tot een zaak leidt, is het misschien wel het afbeelden van rapper Salah-e-din als Mohammed B. Voor iets dat zo lang op zich heeft laten wachten is Fitna verbijsterend slordig en slecht uitgezocht. De film is je reinste stemmingmakerij, en doet niet eens een poging om een serieus politiek statement uit te dragen.

Met deze miskraam van een film plaatst Wilders netjes in een alsmaar groeiend rijtje populistische politici die, zolang het hun peilingen helpt, naar hartenlust van mening veranderen en provoceren, zogenaamd om het debat op gang te helpen. Het begon met de zogenaamde "professor" Pim Fortuyn, die helaas vermoord werd voordat hij als politiek leider ontmaskert zou worden door het stelletje corrupte en incompetente politici dat hij onder de banier LPF had verzameld. Het vervolg diende zich aan in de vorm van een verongelijkte Somalische, die zich het land binnen had gelogen maar toch zonder blikken of blozen het beleid van Rita Verdonk steunde. Nadat Hirsi Ali haar punt had gemaakt, namelijk dat zij door de profeet Mohammed zelf besneden was, vertrok zij naar Amerika, en was het toneel voor Geert alleen. Tot dusver, maar zijn opvolger dient zich alweer aan. Ehsan Jami, de aandachtsgeile relnicht van het Comité van Ex-moslims, gaat een film maken die de pedofilie van de profeet expliciet in beeld brengt. In spanning wacht ik met de rest van Nederland op deze volgende zege van het vrije woord.

03 december 2007

De bekende weg van de SP

Het invloedrijke Amerikaanse congreslid Tip O’Neill zei ooit: “all politics is local”. Nu denk ik niet dat hij gelijk had, maar iedereen die de conservatieve heiland Ronald Reagan ooit “de meest onnozele man die ooit in het Witte Huis zat” heeft genoemd kan wel op mijn sympathie rekenen. Alle politiek is niet lokaal, maar in de lokale politiek is het soms wel mogelijk om bepaalde aspecten van de landelijke politiek mooi geïllustreerd te zien. Zo was er afgelopen week een onthullende episode in de Leidse politiek die de geïnteresseerde toeschouwer veel kan leren over de Socialistische Partij. Het begon allemaal met schriftelijke vragen van het SP raadslid Eva de Bakker op 23 november. Deze hadden betrekking op de nevenfuncties van de burgemeester en wethouders, en waarom deze niet op de website stonden. De Bakker bleek echter niet goed te hebben gekeken, of liever, helemaal niet gekeken. De nevenfuncties staan wel degelijk op de site van de gemeente en zijn zeer simpel te bereiken. Toen dit op de Leidse nieuwssite Sleutelstad.nl werd aangegeven kwam De Bakker met een ontstellend zwak verweer: de SP zou bedoeld hebben dat men bij de wethouders niet kan doorklikken, zoals dat op de pagina van de burgemeester wel kan. Maar een simpele raadpleging van haar schriftelijke vragen leert dat dit patente onzin is. Vraag één van de zes die de Bakker stelt luidt:
Waarom staan de nevenfuncties van de wethouders niet aangegeven op de gemeentelijke website?
De conclusie dringt zich op dat De Bakker niet kan internetten, hetgeen niet erg is, maar haar wellicht diskwalificeert als het aangewezen raadslid om vragen te stellen over de site van de gemeente. Als ze beter had gekeken, dan waren vijf van haar zes vragen meteen beantwoord geweest. Haar laatste vraag is ook interessant. Die luidt:
Gaan de nevenfuncties, door de tijd die erin wordt gestoken, van de burgemeester en wethouders, niet ten koste van het werk dat zij voor de stad behoren te doen?
Het aardige is nu juist dat mw. De Bakker onderdeel uitmaakt van de controlerende macht van de gemeente, en dus zelf één van de personen is die deze vraag moet beantwoorden. Als je de vraag aan de wethouders en burgemeester stelt, zullen ze uiteraard altijd “nee” antwoorden. Het is juist aan de raad om dit te beoordelen. In haar reactie claimde mw. De Bakker echter dat het daar allemaal niet om ging, maar dat het de SP te doen was om belangenverstrengeling tussen de hoofd- en nevenfuncties van de wethouders en raadsleden. Maar ze stelde deze vraag als een raadslid die zelf een nevenfunctie bekleed waarbij wel eens belangenverstrengeling zou kunnen optreden. Ze is namelijk statenlid van de provincie Zuid-Holland, en stemt als zodanig ook over onderwerpen die met Leiden te maken hebben.

Ik volg mw. De Bakker nog niet lang genoeg om te weten of ze altijd van dit soort nutteloze vragen stelt, maar het leek mee een vreemd incident. Zou er dan niemand binnen de SP zijn geweest die haar vragen even had kunnen nakijken, en haar behoeden voor deze blunder?

GroenLinks raadslid Hans van Egdom zag zijn kans schoon voor een politiek succesje, en sprak De Bakker via zijn weblog aan op haar vragen en op de overduidelijk hypocrisie die eruit spreekt. Want de nevenfunctie van De Bakker zelf, het statenlidmaatschap stond nu juist niet vermeld op de lijst van de gemeente-site waarop nevenfuncties vermeld staan. Voor diegenen meesurfen, de lijst is per 26 november aangepast en het staat er nu wel. Bovendien, zei van Egdom, was een gotspe voor de SP om vragen te stellen over transparantie, want eind oktober verscheen er in het blad Binnenlands Bestuur een artikel van de Groningse hoogleraar Douwe Elzinga (betaalsite) waarin beschreven staat hoe de SP voor 90% drijft op overheidsgeld. Deze fondsen worden voor een deel door allerlei vage facturen bij de gemeentefracties vergaard. Geld dat bedoeld is voor gemeentelijke politiek werk wordt door middel door het centraal partijbureau zogenaamd geleverde diensten doorgesluisd naar de landelijke partijkas. De SP betwist dit uiteraard, maar toen de Amsterdamse afdeling afgelopen jaar gevraagd werd om deze “diensten” van het partijbureau te bewijzen door middel van bonnetjes, gaven de socialisten niet thuis en stortten het geld na veel misbaar uiteindelijk terug.

Van Egdom leest blijkbaar Binnenlands Bestuur, en besloot naar aanleiding van de vragen van De Bakker om de SP eens flink op haar nummer te zetten. Het kwam wel een tikje kinderachtig en opportunistisch over, maar misschien is Egdom nog steeds boos dat de socialisten het college hebben getorpedeerd, en zat hij al weken op een dergelijke mogelijkheid te wachten. En daar raakt deze kwestie aan een ander punt waar van Egdom niet eens over repte. Tot voor kort zaten er ook SP wethouders in het college. Was er toen niets mis met de ontsluiting van informatie over nevenfuncties? Het is natuurlijk rijkelijk opportunistisch om, luttele weken nadat je eigen wethouders zijn opgestapt, opeens kritiek te hebben op een aspect van het college dat ook wel degelijk bestond toen je eigen partij er nog inzat. En ja, ook de twee SP-wethouders hadden nevenfuncties, die nog uitermate makkelijk zijn terug te lezen op de site. De vragen waren zo opportunistisch dat het welhaast dom leek. Zou het echt zo zijn dat mw. De Bakker uit eigen beweging deze vragen had gesteld, en niemand van de SP daarbij had ingegrepen?

Hoe de vork werkelijk in de steel zat bleek afgelopen vrijdag na afloop van de uitzending van Rondom de Raad, het programma over lokale politiek van Holland Centraal, waarin van Egdom met de Leidse SP-voorzitter Tim van Houten in debat ging over deze kwestie. Na afloop van het gesprek zei Egdom dat het hem was opgevallen dat de SP deze vragen in meer gemeenten had gesteld, en op precies dezelfde manier. Zou het centrale partijbureau soms opdracht hebben gegeven om ze te stellen? "Dat zou best eens kunnen", gaf van Houten toe. Dit maakt het feit dat de Bakker ze zo gesteld heeft een veelzeggend incident. Het raadslid heeft de partijorders opgevolgd en de vragen ingediend, zonder zich te realiseren in wat voor situatie ze zichzelf daarmee plaatste. Het lijkt een ware oekaze, zoals we dat van echte socialisten gewend zijn. Bevelen uitvoeren en zelf niet al te veel nadenken. In de context van de huidige discussie rondom de democratie en afwijkende mening binnen de SP is dit een aardig illustratie van hoe het niet moet binnen een partij, maar hoe het bij de SP wel geregeld is. Het centrum bepaalt, en de periferie voert uit. Binnen de SP bestaat inmiddels een aardige lijst van mensen die slachtoffer zijn geworden van hun eigen kritisch vermogen, en dat moedigt niet aan tot zelf nadenken.

Verder illustreert deze kwestie ook dat de SP nog in het geheel niet gewend is om een partij met echte verantwoordelijkheid te zijn. De socialisten hebben landelijk een aardige omvang bereikt, maar volharden nog steeds in hun oppositiementaliteit, ondanks het feit dat ze her en der in de regering zitten. Het is toch vreemd om dit soort vragen als partijbestuur door te zenden naar je fracties, als je weet dat sommige van die fracties ook verantwoordelijkheid dragen, of tot zeer recent droegen, voor datgene dat je aan de kaak stelt?

Lokale politiek dus. Het is niet alles, maar af en toe geeft het wel een fascinerend kijkje in de aard van een landelijke partij.