Het NRC wijdde afgelopen zaterdag uitgebreid aandacht aan de wroeging die veel CDA’ers dezer dagen ervaren. Een oordeel vellen over de kwestie Israël-Palestina is volgens oud CDA-minister Piet Bukman “hartstikke lastig”. Als christendemocraat heb je het inderdaad maar moeilijk tegenwoordig. De grens tussen goed en fout is flinterdun. Nederlandse militairen die in Nederlands-Indië honderden burgers (waaronder kinderen) ombrengen omdat sommigen vermeend terrorist/vrijheidsstrijder zijn? “Fout!” Het Israëlische bezettingsleger dat in Gaza dezer dagen precies hetzelfde doet? “Goed!” Aldus sprak Maxime Verhagen, apostel der mensenrechten, maar waar het Israël betreft even niet. Ik heb het wel met Maxime te doen. Hij spant zich hard in om over te komen als een politicus die ontzettend begaan is met het humanitair recht. Maar juist in de periode dat hij minister is woedt in Gaza een conflict waar de Israëli’s dagelijks het mensen- en oorlogsrecht schenden, en kan hij er uit ideologische (of zelfs electorale) overwegingen niks van zeggen! Hij probeert het wel: de raketaanvallen van Hamas (11 burgerdoden sinds 2004) zijn volgens Verhagen “oorlogsmisdaden”. Maar al snel gaat hij weer de mist in: de Israëlische aanvallen op Gaza (honderden burgerdoden sinds 27 december) zijn “volledig legitiem”.
De hypocrisie van Verhagen is een symptoom van een wijder probleem: de kaping van het kabinet door christen-conservatieven, die ingefluisterd worden door christen-fundamentalisten. De socialisten sputteren wel tegen, maar hechten toch meer aan het pluche dan aan hun progressieve waarden. Hoe anders te verklaren dat een PvdA-staatssecretaris met droge ogen aan de kamer kan melden dat de Tour de France proloog wellicht niet in Nederland verreden kan worden omdat een stel gristengemeentes in Zeeland zo aan zondagsrust hechten? Van ophef uit rationele hoek om dit soort christen-excessen is in Nederland tegenwoordig geen sprake meer. Subsidies voor christelijke organisaties die homo’s willen genezen, of gereformeerde ambtenaren van de burgerlijke stand die ze niet willen trouwen? Moet kunnen. Andries Knevel die via de publieke omroep (lees: met belastinggeld) het creationisme aan de man brengt? Ach ja… En anno 2009 hebben we met de SGP in Nederland nog altijd een partij in het parlement die expliciet vrouwen discrimineert. En dat alles zonder al te veel ophef. Maar laat een Islamitische agente het vooral niet proberen om een hoofddoekje om te doen! Dan gaat heel Nederland op zijn seculiere strepen staan, en zijn we opeens te verlicht voor dat soort “middeleeuwse” praktijken.
De casus Gaza is echter onovertroffen in de manier waarop het de hypocrisie inzake Israël en moslims illustreert. Het kabinet doet de ene lachwekkende uitspraak na de ander. Op 14 januari steunde zij in de Tweede Kamer een motie die zegt dat een onderzoek moet worden ingesteld “als internationale organisaties twijfelen of het oorlogsrecht wordt geschonden”. Heeft het kabinet soms geen internet? Zomaar wat citaten van verschillende toonaangevende internationale organisaties: de VN zegt dat de Palestijnse rechten onder artikel 38 van de Geneefse Conventie “met voeten zijn getreden tijdens deze crisis.” Human Rights Watch zegt dat Israël onmiddellijk moet stoppen met het “wederrechtelijk gebruik van witte fosfor.” En Amnesty heeft de totale blokkade van Gaza betiteld als een “collectieve straf” en Israël gemaand te stoppen met haar “wederrechtelijke aanvallen”. Kortom, er is nauwelijks een serieuze internationale organisatie te vinden die niet denkt dat Israël het oorlogsrecht schendt. Het meest belachelijke deel van de kabinetsverklaring is echter het volgende: de regering vindt het Israëlische geweld niet excessief omdat “Nederland geen objectieve gegevens over Israëlische gevechtshandelingen” heeft en daarom kan “niet worden vastgesteld of Israël buitensporig geweld gebruikt.” Nu is het interessant om op te merken dat het de regering, en de rest van de wereld, veelal ontbreekt aan objectieve gegevens omdat Israël geen journalisten toelaat in Gaza. Kortom, het standpunt van het kabinet is: “ vanwege de Israëlische mediablokkade kunnen wij niet vast stellen wat er precies gebeurt, dus veronderstellen we maar van uit dat ze zich keurig gedragen.” Dat is nog naïever dan het idee dat een spindoctor Ella Vogelaar had kunnen redden.
Voor alle duidelijkheid wil ik hier wel vaststellen dat de raketaanvallen van Hamas op Israël wel degelijk ook oorlogsmisdaden zijn, daar zij vaak expliciet op burgers gericht zijn. Maar Israël maakt in een dag onder Palestijnse kinderen hetzelfde aantal slachtoffers als alle Qassam raketten sinds 2004. Je moet wel heel diep in het Golan Heights Winery glaasje hebben gekeken voordat je oprecht kan beweren dat de Israëlische aanval proportioneel is. Het is niet tand om tand, het is eerder tand om gebit. “Ja maar,” roepen de apologisten voor Israël dan, “Israël probeert geen burgers te doden en Hamas wel!” Dat zou kunnen. Maar voor een leger dat er zogenaamd alles aan doet om burgerdoden te voorkomen is de Israëlische bezettingsmacht uitermate bedreven in het ombrengen van niet-strijders. Bovendien maakt intentie in dit geval niets uit: als je met dergelijk zwaar wapentuig de dichtstbevolkte regio van de wereld bestookt kan je naderhand niet verrast zijn dat er ook burgers zijn omgekomen. Daar draagt Israël de volle verantwoordelijkheid vol. En dat is niet alleen zo volgens mij, maar ook volgens het internationaal oorlogsrecht.
Maar genoeg over de Joodse en Islamitische extremisten, en terug naar wat voor ons het kernprobleem is: de lokale christenfundamentalisten. Al jaren kijkt de Nederlandse regering toe terwijl Israël de ene oorlogsmisdaad na de ander begaat: het collectief straffen van de bevolking van Gaza, de beschietingen waarbij tientallen burgerdoden vallen, de illegale kolonies op de Westoever, enz. En nu de situatie uit de hand loopt, nu hét moment zich voordoet om echt op de bres te springen voor mensenrechten, geeft de regering niet thuis. En waarom niet? Omdat zij onder de invloed is van een stel christenen dat diep in hun hart echt gelooft dat God het land van Israël aan de joden heeft geschonken, en die heidense moslims liever nog vandaag daaruit ziet vertrekken. Dat is de strekking van de “bijzondere band” die Verhagen en de ChristenUnie c.s. met Israël hebben: één die voortkomt uit een dogmatisch en uiterst discriminerende kijk op de zaak. En dat vind ik nu middeleeuws.
Posts tonen met het label Israel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Israel. Alle posts tonen
15 januari 2009
25 mei 2008
De principes van Maxime Verhagen
"Ik wil u graag verzekeren dat we niet zullen toestaan dat dit opnieuw gebeurt". Maxime verhagen liet er op 18 mei geen twijfel over bestaan. Nederland, medeorganisator van de VN racismeconferentie 2009, zou niet instaan voor een herhaling van wat zich bij de vorige editie ontspon. Tijdens die bijeenkomst in Durban, Zuid-Afrika, hadden enkele Arabische landen getracht om Israël in de slotverklaring van racisme te beschuldigen. Dit zou de minister deze maal voorkomen, omdat het onaanvaardbaar zou zijn dat Israël "aangeklaagd [wordt] door landen die nog zo'n lange weg te gaan hebben in termen van democratie en respect voor mensenrechten". De Arabische barbaren tegenover de verlichte Zionisten. Het is een contrast dat het ongetwijfeld goed deed bij zijn publiek. Verhagen deed zijn uitspraken in een speech voor het CIDI (ook wel bekend als het Centrum voor Intrige en Desinformatie Israël) ter ere van de 60e geboortedag van Israël.
Het mag bekend zijn dat het huidige kabinet, onder aanvoering van Verhagen, een buitenlands politiek wil voeren die gestoeld is op mensenrechten en internationale juridische verdragen. De minister heeft hier al een aantal maal over uitgewijd, bijvoorbeeld in de nota “Naar een menswaardig bestaan” waarin hij het concept omschreef, en begin dit jaar nog in een speech aan de universiteit van Utrecht. Door zich over Israël bijna uitsluitend onkritisch uit te laten, en door het voortdurend prijzen van de Zionistische staat, ondermijnen Verhagen en zijn collega-ministers echter hun eigen mensenrechtenbeginselen, om nog maar te zwijgen van hun eigen geloofwaardigheid. Deze situatie bestaat uiteraard al langer, maar kwam de afgelopen weken weer pijnlijk voor het voetlicht met alle plechtigheden rondom het 60-jarig bestaan van Israël.
Om de hypocrisie van Verhagen c.s. te tonen zal ik een aantal kwesties bespreken die de minister in zijn Utrechtse speech zelf naar voren heeft geschoven als speerpunten van zijn mensenrechten agenda.
1. Verhagen zegt dat er niet gemarteld mag worden, onder geen enkele omstandigheden, punt.
Het is inmiddels algemeen bekend dat Israël al meerdere decennia Palestijnse gedetineerden op systematische wijze martelt. Mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch, Amnesty International en het Israëlische Bet’selem hebben stuk voor stuk lijvige rapporten geschreven over de folteringen van de Shin Bet (de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst) en het Israëlische leger. Het is analoog aan de praktijken in Abu Ghraib en Guantanamo, waar Verhagen zelf van zegt te gruwen, en in veel gevallen nog erger. Er is echter een belangrijk verschil: bij Abu Ghraib volgde een rechtszaak en verantwoordelijke militairen werden in de VS gestraft. Israëlische militaire en politiemensen kunnen daarentegen zorgeloos martelen zonder te vrezen voor vervolging. Israël laat haar soldaten vrijwel altijd straffeloos folteren.
2. Verhagen zegt qua mensenrechten niet lokaal gebruik, maar de universele norm van belang is.
Het Israëlisch hooggerechtshof heeft al een aantal maal gesteld dat Israël niet hoeft te voldoen aan internationale verdragen, die het wel heeft getekend, over bijvoorbeeld oorlogsrecht en mensenrechten. Voor het hooggerechtshof staat Israël boven de internationale wet. Israël gedraagt zich al jaren naar deze uitspraken, bijvoorbeeld door het negeren van een hand vol VN Veiligheidsraadresoluties, en de mening van het Internationaal Gerechtshof over de bouw van de illegale muur in de bezette gebieden. Kortom, in Israël is het lokale gebruik het belangrijkste, en heeft men lak aan de internationale norm.
3. Verhagen zegt dat “Nederlandse inspanning om vrede en veiligheid te bevorderen nauw moet aansluiten bij onze inzet op het gebied van mensenrechten”.
De Nederlandse regering wil, en zet zich in voor, vrede in het Midden Oosten, dat lijdt geen twijfel. Maar gaat dit ook gepaard met inzet op het gebied van mensenrechten? Het kabinet, met Verhagen voorop, is nagenoeg kritiekloos tegenover de talloze Israëlische mensenrechtenschendingen die jaarlijks worden gedocumenteerd door organisatie als Amnesty en Bet’selem. Een voorbeeld: Israël is feitelijk nooit gestopt met het bouwen van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Na elke “stap” in het vredesproces kregen de religieuze fundamentalisten die de Westoever koloniseren weer een uitbreiding cadeau. Wat zegt Verhagen over deze praktijken die in strijd zijn met het internationaal recht en wier illegaliteit niemand betwist? Trekt hij ten strijde tegen deze flagrante schending van de rechten van de Palestijnen? Dreigt hij met het stopzetten van economische samenwerking als dit onrecht niet gestopt wordt? Niet bepaald. Hij vindt de kolonies “contraproductief” en is bang dat ze de “goede wil” van Israël in het twijfel zullen trekken. Deze woorden sprak hij tijdens de Herziliya conferentie, een soort meerdaagse lofzang op de verworvenheden van het Zionisme, waar Verhagen maar al te graag zijn opwachting maakte. In plaats van Israël te veroordelen, wat men gezien zijn “principes” zou mogen verwachten, doet hij zijn best om de waarheid zo zacht mogelijk te brengen. Verhagen hoopt op vrede in het Midden-Oosten, maar is niet bereid om daar inzet voor de mensenrechten aan te koppelen.
Zomaar drie voorbeelden. Als andere speeches en teksten van Verhagen zouden worden aangehaald zou de lijst nog vele pagina’s door kunnen gaan. Dat is geen kwaliteit van ondergetekende; de minister maakt het diegene die zich daarop toelegt vrij eenvoudig. Het mensenrechtenbeleid van Verhagen is een farce. Het kost de minister geen moeite om Chinezen, Arabieren, Soedanezen en andere usual suspects het vuur aan de schenen te leggen, maar als het over Israël gaat, waarover de mensenrechtenorganisaties net zo eensgezind zijn, zingt hij vele tonen lager.
Dat de houding van Verhagen jegens Israël belachelijk is in de context van zijn “mensenrechtenprincipes” lijdt geen twijfel. Voor een gedetailleerd beeld van hoe belachelijk het precies is, is het boek Beyond Chutzpah van de Amerikaanse academicus Norman Finkelstein een aanrader. Finkelstein, zelf joods en zoon van twee Holocaustoverlevers, fileert op magistrale wijze de mythe van Israël als lichtend voorbeeld voor andere staten in het Midden-Oosten. De verschrikkingen die decennia van bezetting voor de Palestijnse bevolking hebben betekend worden geschetst aan de hand van talloze rapporten van de VN en mensenrechtenorganisaties. Ook laat Finkelstein zien dat het bestempelen van Israël als een fundamenteel racistische staat helemaal niet zo belachelijk is als Verhagen het voordoet. De voorbeelden zijn legio: het Zionisme is bijvoorbeeld gestoeld op het idee dat joden meer recht hebben op Palestina dan haar daadwerkelijk inwoners. Palestijnse burgers worden door het Israëlische leger van hun eigen land verjaagd om plaats te maken voor illegale joodse nederzettingen. De Westelijke Jordaanoever is bedekt met een grofmazig netwerk van snelwegen waar uitsluitend joden gebruik van mogen maken. Israël kent zo’n 20 wetten die iemand van joodse afkomst expliciet bevorderen ten opzichte van niet-joden. Als vergelding voor Palestijnse terreurdaden worden dikwijls huizen van vermeende terroristen (en hun families) door het Israëlische leger tegen de vlakte gegooid, hetgeen de huizen van Joodse terroristen nooit overkomt.1 Palestijnen worden stelselmatig gediscrimineerd als het gaat om waterrechten, landbouwrechten, bouwrechten, en uiteraard mensenrechten. Als dat geen racisme mag heten, dan is de term ontdaan van al haar waarde.
De echte obstakels die vrede in het Middenoosten in de weg staan zijn niet symbolische daden zoals een verklaring die Israël als racistisch wil bestempelen. Het probleem ligt eerder bij Amerikaanse en Europese politici zoals Verhagen, die al decennia lang de mond vol hebben van mensenrechten, maar tegelijkertijd energieke apologisten van Israël zijn en altijd paraat staan om haar acties te vergoelijken. De Palestijnen en hun Arabische bondgenoten zijn uitermate zwak, en kunnen geen tegenwicht bieden aan de door het Westen gesubsidieerde economische en militaire kracht van Israël. Zij zijn dus op ons aangewezen om hun rechten te verwerven en beschermen tegen Israëlische agressie. Bij de 60e verjaardag van de Zionistische staat wordt het nu toch eindelijk tijd om haar verantwoordelijk te houden voor haar acties, en druk op haar uit te oefenen om haar beleid te wijzigen. Om nogmaals Verhagen te citeren, “mensenrechten gelden voor iedereen, altijd en overal”. Laat hem deze uitspraak serieus nemen, en laat hem Israël ter verantwoording roepen en zijn “betrokkenheid omzetten in daden”.
1. “Joodse terroristen” zult u denken, “bestaan die dan”? Wel degelijk. Denk aan Yigal Amir, de moordenaar van Rabin, Baruch Goldstein, en de talloze kolonisten die met regelmaat het vuur openen op Palestijnse boeren in de buurt van hun illegale nederzettingen.
Het mag bekend zijn dat het huidige kabinet, onder aanvoering van Verhagen, een buitenlands politiek wil voeren die gestoeld is op mensenrechten en internationale juridische verdragen. De minister heeft hier al een aantal maal over uitgewijd, bijvoorbeeld in de nota “Naar een menswaardig bestaan” waarin hij het concept omschreef, en begin dit jaar nog in een speech aan de universiteit van Utrecht. Door zich over Israël bijna uitsluitend onkritisch uit te laten, en door het voortdurend prijzen van de Zionistische staat, ondermijnen Verhagen en zijn collega-ministers echter hun eigen mensenrechtenbeginselen, om nog maar te zwijgen van hun eigen geloofwaardigheid. Deze situatie bestaat uiteraard al langer, maar kwam de afgelopen weken weer pijnlijk voor het voetlicht met alle plechtigheden rondom het 60-jarig bestaan van Israël.
Om de hypocrisie van Verhagen c.s. te tonen zal ik een aantal kwesties bespreken die de minister in zijn Utrechtse speech zelf naar voren heeft geschoven als speerpunten van zijn mensenrechten agenda.
1. Verhagen zegt dat er niet gemarteld mag worden, onder geen enkele omstandigheden, punt.
Het is inmiddels algemeen bekend dat Israël al meerdere decennia Palestijnse gedetineerden op systematische wijze martelt. Mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch, Amnesty International en het Israëlische Bet’selem hebben stuk voor stuk lijvige rapporten geschreven over de folteringen van de Shin Bet (de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst) en het Israëlische leger. Het is analoog aan de praktijken in Abu Ghraib en Guantanamo, waar Verhagen zelf van zegt te gruwen, en in veel gevallen nog erger. Er is echter een belangrijk verschil: bij Abu Ghraib volgde een rechtszaak en verantwoordelijke militairen werden in de VS gestraft. Israëlische militaire en politiemensen kunnen daarentegen zorgeloos martelen zonder te vrezen voor vervolging. Israël laat haar soldaten vrijwel altijd straffeloos folteren.
2. Verhagen zegt qua mensenrechten niet lokaal gebruik, maar de universele norm van belang is.
Het Israëlisch hooggerechtshof heeft al een aantal maal gesteld dat Israël niet hoeft te voldoen aan internationale verdragen, die het wel heeft getekend, over bijvoorbeeld oorlogsrecht en mensenrechten. Voor het hooggerechtshof staat Israël boven de internationale wet. Israël gedraagt zich al jaren naar deze uitspraken, bijvoorbeeld door het negeren van een hand vol VN Veiligheidsraadresoluties, en de mening van het Internationaal Gerechtshof over de bouw van de illegale muur in de bezette gebieden. Kortom, in Israël is het lokale gebruik het belangrijkste, en heeft men lak aan de internationale norm.
3. Verhagen zegt dat “Nederlandse inspanning om vrede en veiligheid te bevorderen nauw moet aansluiten bij onze inzet op het gebied van mensenrechten”.
De Nederlandse regering wil, en zet zich in voor, vrede in het Midden Oosten, dat lijdt geen twijfel. Maar gaat dit ook gepaard met inzet op het gebied van mensenrechten? Het kabinet, met Verhagen voorop, is nagenoeg kritiekloos tegenover de talloze Israëlische mensenrechtenschendingen die jaarlijks worden gedocumenteerd door organisatie als Amnesty en Bet’selem. Een voorbeeld: Israël is feitelijk nooit gestopt met het bouwen van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Na elke “stap” in het vredesproces kregen de religieuze fundamentalisten die de Westoever koloniseren weer een uitbreiding cadeau. Wat zegt Verhagen over deze praktijken die in strijd zijn met het internationaal recht en wier illegaliteit niemand betwist? Trekt hij ten strijde tegen deze flagrante schending van de rechten van de Palestijnen? Dreigt hij met het stopzetten van economische samenwerking als dit onrecht niet gestopt wordt? Niet bepaald. Hij vindt de kolonies “contraproductief” en is bang dat ze de “goede wil” van Israël in het twijfel zullen trekken. Deze woorden sprak hij tijdens de Herziliya conferentie, een soort meerdaagse lofzang op de verworvenheden van het Zionisme, waar Verhagen maar al te graag zijn opwachting maakte. In plaats van Israël te veroordelen, wat men gezien zijn “principes” zou mogen verwachten, doet hij zijn best om de waarheid zo zacht mogelijk te brengen. Verhagen hoopt op vrede in het Midden-Oosten, maar is niet bereid om daar inzet voor de mensenrechten aan te koppelen.
Zomaar drie voorbeelden. Als andere speeches en teksten van Verhagen zouden worden aangehaald zou de lijst nog vele pagina’s door kunnen gaan. Dat is geen kwaliteit van ondergetekende; de minister maakt het diegene die zich daarop toelegt vrij eenvoudig. Het mensenrechtenbeleid van Verhagen is een farce. Het kost de minister geen moeite om Chinezen, Arabieren, Soedanezen en andere usual suspects het vuur aan de schenen te leggen, maar als het over Israël gaat, waarover de mensenrechtenorganisaties net zo eensgezind zijn, zingt hij vele tonen lager.
Dat de houding van Verhagen jegens Israël belachelijk is in de context van zijn “mensenrechtenprincipes” lijdt geen twijfel. Voor een gedetailleerd beeld van hoe belachelijk het precies is, is het boek Beyond Chutzpah van de Amerikaanse academicus Norman Finkelstein een aanrader. Finkelstein, zelf joods en zoon van twee Holocaustoverlevers, fileert op magistrale wijze de mythe van Israël als lichtend voorbeeld voor andere staten in het Midden-Oosten. De verschrikkingen die decennia van bezetting voor de Palestijnse bevolking hebben betekend worden geschetst aan de hand van talloze rapporten van de VN en mensenrechtenorganisaties. Ook laat Finkelstein zien dat het bestempelen van Israël als een fundamenteel racistische staat helemaal niet zo belachelijk is als Verhagen het voordoet. De voorbeelden zijn legio: het Zionisme is bijvoorbeeld gestoeld op het idee dat joden meer recht hebben op Palestina dan haar daadwerkelijk inwoners. Palestijnse burgers worden door het Israëlische leger van hun eigen land verjaagd om plaats te maken voor illegale joodse nederzettingen. De Westelijke Jordaanoever is bedekt met een grofmazig netwerk van snelwegen waar uitsluitend joden gebruik van mogen maken. Israël kent zo’n 20 wetten die iemand van joodse afkomst expliciet bevorderen ten opzichte van niet-joden. Als vergelding voor Palestijnse terreurdaden worden dikwijls huizen van vermeende terroristen (en hun families) door het Israëlische leger tegen de vlakte gegooid, hetgeen de huizen van Joodse terroristen nooit overkomt.1 Palestijnen worden stelselmatig gediscrimineerd als het gaat om waterrechten, landbouwrechten, bouwrechten, en uiteraard mensenrechten. Als dat geen racisme mag heten, dan is de term ontdaan van al haar waarde.
De echte obstakels die vrede in het Middenoosten in de weg staan zijn niet symbolische daden zoals een verklaring die Israël als racistisch wil bestempelen. Het probleem ligt eerder bij Amerikaanse en Europese politici zoals Verhagen, die al decennia lang de mond vol hebben van mensenrechten, maar tegelijkertijd energieke apologisten van Israël zijn en altijd paraat staan om haar acties te vergoelijken. De Palestijnen en hun Arabische bondgenoten zijn uitermate zwak, en kunnen geen tegenwicht bieden aan de door het Westen gesubsidieerde economische en militaire kracht van Israël. Zij zijn dus op ons aangewezen om hun rechten te verwerven en beschermen tegen Israëlische agressie. Bij de 60e verjaardag van de Zionistische staat wordt het nu toch eindelijk tijd om haar verantwoordelijk te houden voor haar acties, en druk op haar uit te oefenen om haar beleid te wijzigen. Om nogmaals Verhagen te citeren, “mensenrechten gelden voor iedereen, altijd en overal”. Laat hem deze uitspraak serieus nemen, en laat hem Israël ter verantwoording roepen en zijn “betrokkenheid omzetten in daden”.
1. “Joodse terroristen” zult u denken, “bestaan die dan”? Wel degelijk. Denk aan Yigal Amir, de moordenaar van Rabin, Baruch Goldstein, en de talloze kolonisten die met regelmaat het vuur openen op Palestijnse boeren in de buurt van hun illegale nederzettingen.
Labels:
internationale betrekkingen,
Israel,
racisme,
verhagen
12 november 2007
Echt debat in Amsterdam
Afgelopen zaterdag was ik bij een bijzonder evenement in Amsterdam. Happy Chaos, een vereniging van Amsterdamse studenten en jonge Vrij Nederlandredacteuren, organiseerde in het hotel Arena te Amsterdam een publiek debat met John Mearsheimer en Stephen Walt. Als wetenschappers zijn deze twee mannen waarschijnlijk niets minder dan helden. In een tijd waarin je als westerse wetenschapper bijna geen enkel risico hoeft te lopen hebben zij hun nek uitgestoken. Hun artikel, en later boek, The Israël Lobby and U.S. foreign policy heeft in het Amerikaanse publieke debat een storm doen opwaaien. Het effect van hun publicaties eerder dit jaar, en de macht van de Amerikaanse Israëllobby om debat de kop in te drukken, werd in kaart gebracht door een documentaire van Marije Meerman, gemaakt voor Tegenlicht van de VPRO. Voorafgaand aan de discussie met de auteurs werd de documentaire aan het publiek getoond.
De heisa rondom het boek van de twee Amerikanen zal in Europa, en elders in de wereld waarschijnlijk een stuk minder zijn dan in hun vaderland. In de VS zijn Mearsheimer en Walt al maanden het doelwit van een gerichte lastercampagne. Hun boek zou bedenkelijke academische standaarden hanteren, en de auteurs zouden, uiteraard, hoe kan het ook anders, antisemiet zijn. Dit laatste toverwoord is de afgelopen decennia dusdanig misbruikt door apologeten voor de staat Israël dat het bijna al haar betekenis heeft verloren. Overigens slaat deze term de plank volledig mis, aangezien zij gebruikelijk als “anti-joods” wordt gedefinieerd. Dat is vreemd, want de Arabieren zijn bijvoorbeeld ook Semieten. Zoals wel vaker in het debat rondom Israël stellen verdedigers van deze staat hiermee het Joodse belang boven dat van anderen. Het is de discriminatie en het suprematiegevoel van het moderne Zionisme aardig in één term gevat.
In Europa, waar men ondanks de lokale Ronnie Naftaniëls toch net iets evenwichtiger met dit soort zaken omgaat, kunnen Walt en Mearsheimer hun verhaal makkelijker kwijt, en deden dat zaterdagavond in Amsterdam dan ook met verve. Voor de aanwezigen ontvouwden zij de strekking van hun boek, namelijk dat de Israëllobby in Amerika, door systematisch grote politieke druk uit te oefen op congresleden en presidenten, een normaal debat over het beleid ten opzichte van Israël onderdrukt. Hierdoor promoot het, en slaagt het dikwijls in het doordrukken van, beleid dat nadelig is voor zowel Amerika áls Israël. De lobby denkt de belangen van beide staten te behartigen, maar schaadt die feitelijk. Het beste voorbeeld dat de twee wetenschappers hiervan gaven, en waar ze ook uitgebreid over schrijven, zijn de illegale koloniën die Israël in bezet Palestijns gebied gebouwd heeft, en nog altijd bouwt. De koloniën, en de praktijk van landjepik die ermee gepaard gaat, zijn één van de grootste bronnen van onrust in het conflict tussen de Israël en de Palestijnen. Ook zijn ze Amerika officieel een doorn in het oog. Al zo’n veertig jaar zegt het officiële Amerikaanse standpunt over de dikwijls gewelddadige kolonisten dat zij en hun nederzettingen uit Palestina moeten verdwijnen. Nu is Israël economisch en militair gezien voor een groot deel afhankelijk van de VS. Maar ondanks de grote invloed, en ondanks hun officiële mening, zijn Amerikaanse presidenten er sinds Richard Nixon niet in geslaagd op dit punt iets te bereiken. Sterker nog, het aantal kolonisten is alleen maar gegroeid, en groeit nog steeds. Waarom dit het geval is, daar zijn Walt en Mearsheimer stellig over: het is te wijten aan de lobby, die door haar invloed voorkomt dat er daadwerkelijke druk wordt uitgeoefend op Israël. Het gevolg hiervan is dat de illegale koloniën zich uitbreiden, wat uitzonderlijk slecht is voor de gemoederen onder de Palestijnen en moslims in het algemeen. Deze keren zich daardoor niet alleen tegen Israël, maar ook tegen de VS die worden gezien als een soort godfather die de misdaad zegent. De twee professoren legde tevens uit dat hun standpunt met betrekking tot de lobby in de hele wereld als normaal wordt beschouwd, behalve in Amerika. Zelfs in Israël wordt de macht van de lobby openlijk erkent en wordt zij aangestipt als belangrijke bondgenoot. Zo zei de huidige premier Ehud Olmert ooit eens dat Israël geen betere vriend had dan AIPAC, de grootste Amerikaanse politieke actiegroep die Walt en Mearsheimer aanmerken als lid van de lobby. Kortom, er is niks geheimzinnig aan de Israëllobby. Zij opereert openlijk, en maakt geen geheim van haar macht. En toch doet zich de rare situatie voor dat als men dit gegeven in Amerika tracht te bespreken, alles in het werk wordt gesteld om het debat in de kiem te smoren.
Een van de voornaamste pitbulls die een open discussie over het beleid jegens Israël in de VS te proberen te voorkomen is de advocaat Alan Dershowitz. Deze rabiate extremist was vroeger vooral bekend als lid van het verdedigingsteam van OJ Simpson. Maar tegenwoordig is hij beruchter vanwege zijn advies aan de Amerikaanse regering na elf september om martelen als verhoortechniek toe te passen. Ook van Dershowitz hadden Walt en Mearsheimer last gehad. In hun bezoek aan Nederland was de Amerikaanse advocaat de twee professoren overigens voorgegaan. In mei van dit jaar bezocht Dershowitz de universiteit Leiden als onderdeel van de promotie voor zijn boek The case for peace. De moderator bij het debat, toen, tussen Dershowitz en het publiek, was Leonard Ornstein, jarenlang journalist voor Vrij Nederland en tegenwoordig eindredacteur bij Buitenhof. Ondanks het verzoek van Dershowitz om slechts “vijandige vragen” te stellen (hij houdt blijkbaar van debat) deed Ornstein niet bepaald zijn best om de Amerikaan het vuur aan de schenen te leggen. Op een gegeven moment zei hij zelfs gekscherend dat de discussie misschien zou moeten gaan over of Israël mensen martelt, om daar vervolgens met een zelfverzekerd lachje aan toe te voegen dat dat uiteraard niet waar was. Dit ondanks torenhoge stapels rapporten van Palestijnse, internationale en Israëlische mensenrechtenorganisaties die overtuigend bewijzen dat Israël al jaren systematisch mannen, vrouwen en kinderen martelt. Tot mijn verbazing was Ornstein bij Walt en Mearsheimer wederom de moderator van het debat. Maar ditmaal had hij absoluut geen moeite met het stellen van “vijandige vragen” aan de twee sprekers. Op een gegeven moment liet hij zich dusdanig meeslepen in zijn eigen kritiek op de twee Amerikaanse professoren dat een aanwezig lid van de organisatie Een Ander Joods Geluid hem tot de orde moest roepen. De vraag van dit publiekslid, wanneer de zaal nu eens met de sprekers van gedachten kon wisselen, herinnerde Ornstein gelukkig aan zijn daadwerkelijk rol die avond.
Toen ik John Mearsheimer na afloop van het debat vertelde over het verschil in opstelling van de moderator ten opzichte van het bezoek van Dershowitz antwoordde de professor met een sarcastisch “I’m shocked”. Ik bedacht me dat hij dit soort dingen in Amerika waarschijnlijk geregeld meemaakt. Maar ik voelde me wel een beetje bevoorrecht. Ondanks het feit dat ik niet in Amerika woon, had ik het lobby-effect toch een beetje kunnen ervaren.
De heisa rondom het boek van de twee Amerikanen zal in Europa, en elders in de wereld waarschijnlijk een stuk minder zijn dan in hun vaderland. In de VS zijn Mearsheimer en Walt al maanden het doelwit van een gerichte lastercampagne. Hun boek zou bedenkelijke academische standaarden hanteren, en de auteurs zouden, uiteraard, hoe kan het ook anders, antisemiet zijn. Dit laatste toverwoord is de afgelopen decennia dusdanig misbruikt door apologeten voor de staat Israël dat het bijna al haar betekenis heeft verloren. Overigens slaat deze term de plank volledig mis, aangezien zij gebruikelijk als “anti-joods” wordt gedefinieerd. Dat is vreemd, want de Arabieren zijn bijvoorbeeld ook Semieten. Zoals wel vaker in het debat rondom Israël stellen verdedigers van deze staat hiermee het Joodse belang boven dat van anderen. Het is de discriminatie en het suprematiegevoel van het moderne Zionisme aardig in één term gevat.
In Europa, waar men ondanks de lokale Ronnie Naftaniëls toch net iets evenwichtiger met dit soort zaken omgaat, kunnen Walt en Mearsheimer hun verhaal makkelijker kwijt, en deden dat zaterdagavond in Amsterdam dan ook met verve. Voor de aanwezigen ontvouwden zij de strekking van hun boek, namelijk dat de Israëllobby in Amerika, door systematisch grote politieke druk uit te oefen op congresleden en presidenten, een normaal debat over het beleid ten opzichte van Israël onderdrukt. Hierdoor promoot het, en slaagt het dikwijls in het doordrukken van, beleid dat nadelig is voor zowel Amerika áls Israël. De lobby denkt de belangen van beide staten te behartigen, maar schaadt die feitelijk. Het beste voorbeeld dat de twee wetenschappers hiervan gaven, en waar ze ook uitgebreid over schrijven, zijn de illegale koloniën die Israël in bezet Palestijns gebied gebouwd heeft, en nog altijd bouwt. De koloniën, en de praktijk van landjepik die ermee gepaard gaat, zijn één van de grootste bronnen van onrust in het conflict tussen de Israël en de Palestijnen. Ook zijn ze Amerika officieel een doorn in het oog. Al zo’n veertig jaar zegt het officiële Amerikaanse standpunt over de dikwijls gewelddadige kolonisten dat zij en hun nederzettingen uit Palestina moeten verdwijnen. Nu is Israël economisch en militair gezien voor een groot deel afhankelijk van de VS. Maar ondanks de grote invloed, en ondanks hun officiële mening, zijn Amerikaanse presidenten er sinds Richard Nixon niet in geslaagd op dit punt iets te bereiken. Sterker nog, het aantal kolonisten is alleen maar gegroeid, en groeit nog steeds. Waarom dit het geval is, daar zijn Walt en Mearsheimer stellig over: het is te wijten aan de lobby, die door haar invloed voorkomt dat er daadwerkelijke druk wordt uitgeoefend op Israël. Het gevolg hiervan is dat de illegale koloniën zich uitbreiden, wat uitzonderlijk slecht is voor de gemoederen onder de Palestijnen en moslims in het algemeen. Deze keren zich daardoor niet alleen tegen Israël, maar ook tegen de VS die worden gezien als een soort godfather die de misdaad zegent. De twee professoren legde tevens uit dat hun standpunt met betrekking tot de lobby in de hele wereld als normaal wordt beschouwd, behalve in Amerika. Zelfs in Israël wordt de macht van de lobby openlijk erkent en wordt zij aangestipt als belangrijke bondgenoot. Zo zei de huidige premier Ehud Olmert ooit eens dat Israël geen betere vriend had dan AIPAC, de grootste Amerikaanse politieke actiegroep die Walt en Mearsheimer aanmerken als lid van de lobby. Kortom, er is niks geheimzinnig aan de Israëllobby. Zij opereert openlijk, en maakt geen geheim van haar macht. En toch doet zich de rare situatie voor dat als men dit gegeven in Amerika tracht te bespreken, alles in het werk wordt gesteld om het debat in de kiem te smoren.
Een van de voornaamste pitbulls die een open discussie over het beleid jegens Israël in de VS te proberen te voorkomen is de advocaat Alan Dershowitz. Deze rabiate extremist was vroeger vooral bekend als lid van het verdedigingsteam van OJ Simpson. Maar tegenwoordig is hij beruchter vanwege zijn advies aan de Amerikaanse regering na elf september om martelen als verhoortechniek toe te passen. Ook van Dershowitz hadden Walt en Mearsheimer last gehad. In hun bezoek aan Nederland was de Amerikaanse advocaat de twee professoren overigens voorgegaan. In mei van dit jaar bezocht Dershowitz de universiteit Leiden als onderdeel van de promotie voor zijn boek The case for peace. De moderator bij het debat, toen, tussen Dershowitz en het publiek, was Leonard Ornstein, jarenlang journalist voor Vrij Nederland en tegenwoordig eindredacteur bij Buitenhof. Ondanks het verzoek van Dershowitz om slechts “vijandige vragen” te stellen (hij houdt blijkbaar van debat) deed Ornstein niet bepaald zijn best om de Amerikaan het vuur aan de schenen te leggen. Op een gegeven moment zei hij zelfs gekscherend dat de discussie misschien zou moeten gaan over of Israël mensen martelt, om daar vervolgens met een zelfverzekerd lachje aan toe te voegen dat dat uiteraard niet waar was. Dit ondanks torenhoge stapels rapporten van Palestijnse, internationale en Israëlische mensenrechtenorganisaties die overtuigend bewijzen dat Israël al jaren systematisch mannen, vrouwen en kinderen martelt. Tot mijn verbazing was Ornstein bij Walt en Mearsheimer wederom de moderator van het debat. Maar ditmaal had hij absoluut geen moeite met het stellen van “vijandige vragen” aan de twee sprekers. Op een gegeven moment liet hij zich dusdanig meeslepen in zijn eigen kritiek op de twee Amerikaanse professoren dat een aanwezig lid van de organisatie Een Ander Joods Geluid hem tot de orde moest roepen. De vraag van dit publiekslid, wanneer de zaal nu eens met de sprekers van gedachten kon wisselen, herinnerde Ornstein gelukkig aan zijn daadwerkelijk rol die avond.
Toen ik John Mearsheimer na afloop van het debat vertelde over het verschil in opstelling van de moderator ten opzichte van het bezoek van Dershowitz antwoordde de professor met een sarcastisch “I’m shocked”. Ik bedacht me dat hij dit soort dingen in Amerika waarschijnlijk geregeld meemaakt. Maar ik voelde me wel een beetje bevoorrecht. Ondanks het feit dat ik niet in Amerika woon, had ik het lobby-effect toch een beetje kunnen ervaren.
Labels:
AIPAC,
Column,
Israel,
lobby,
Mearsheimer,
Nederlands,
Studradio,
Walt
Abonneren op:
Posts (Atom)
