19 november 2007
De wet gekraakt
“Kraken” is eigenlijk een eufemisme: het refereert aan de glorietijd van deze praktijk in de jaren ‘70 en ‘80, toen het nog een romantisch trekje had. Mijn tante is een kraker, of liever, zij was er één. In de jaren tachtig heeft ze met haar man en haar baby dochter met een grote groep mensen een oude, leegstaande brandweerkazerne in Amsterdam gekraakt. Er was een gebrek aan woonruimte voor gezinnen en de kazerne, gemeente-eigendom, stond leeg. Samen met anderen is mijn tante daar toen ingetrokken, en woont daar nu al meer dan twintig jaar. Dat is kraken. Maar de dagen van kraken zijn al lang vervlogen. De schouwspelen die zich in Amsterdam voltrokken hadden niets te maken met wat doorgaans verstaan wordt onder kraken, of onder krakers. De ME moest een pand ontruimen van ordinaire misdadigers, die onder de wettelijke dekking van de term “kraken” criminele praktijken bezigen.
Voor mensen zoals ik, die de kraakbeweging in zijn glorietijd niet hebben meegemaakt, is het moeilijk om te begrijpen dat deze praktijk wettelijk toegestaan is. Als er geen aura van romantiek en sociale rechtvaardigheid omheen zou hangen, zou men kraken gewoon noemen wat het overduidelijk is: diefstal. In de jaren 80 en 70 was dit misschien nog te begrijpen. Gezinnen die geen woning hadden omdat huisbazen en gemeenten, als dan niet met opzet, panden leeg lieten staan. Het was wellicht sociale nood, en er was misschien begrip voor op te brengen. Maar tegenwoordig is het overduidelijk dat kraken een door en door asociale bezigheid is geworden. Groepen krakers loeren overal in het land op panden die leegstaan, om er, vlak na het verstrijken van één jaar, de deur te forceren en zich illegaal toegang te verschaffen. Vervolgens wordt er een tafel, een stoel en een matras gedeponeerd, en ziedaar, het pand is gekraakt. De eigenaar van het pand wacht vervolgens een jarenlange juridische strijd om zijn eigen bezit terug te krijgen, terwijl de krakers zijn pand van binnen veelal volledig afbreken en uithollen. Houten vloeren en deuren worden opgestookt, muren worden doorgebroken, en er wordt allerlei rotzooi achter gelaten. Daarbij is het vaak onmogelijk voor de eigenaar om de schade op de krakers te verhalen. Kortom: kraken is voor de meeste huis- of pandeigenaren die het overkomt een regelrechte ramp. En het meest tergende aan deze kwestie is dat gekraakte panden regelmatig leegstaan door toedoen van de overheid. Een eigenaar wil bijvoorbeeld iets verbouwen, de vergunning hiervoor laat meer dan een jaar op zich wachten, wat niet ongewoon is, en ziedaar, als beloning voor zijn geduld mag de eigenaar nog enkele jaren wachten en nog veel meer geld betalen, omdat hij eerst de inmiddels gearriveerde krakers uit zijn pand moet zien te verwijderen. Het is werkelijk absurd dat de Nederlandse wet erin voorziet dat wildvreemden na een jaar leegstand, buiten de schuld van de eigenaar om, meer recht hebben op een pand dan de eigenaar zelf. Er is geen andere omschrijving voor: dit is inbeslagname van privéeigendom door de staat, en het is moreel volstrekt verwerpelijk.
Kraken heeft tegenwoordig niets meer te maken het oplossen van woningnood: het is een praktijk die wordt bedreven door uitvreters die onder het mom van idealisme een gratis onderdak zoeken, en daarmee wetgeving misbruiken die jaren geleden, met een heel ander doel, is ingesteld. Deze misdadige praktijk moet dan ook zo snel mogelijk gecriminaliseerd worden.
Maar terwijl het criminele gedrag van krakers wordt aangepakt, moet het oorspronkelijk probleem niet uit het oog worden verloren. "Leegstand is misstand", is een bekende krakersslogan, en deze is juist. Maar kraken is tegenwoordig overduidelijk ook misstand, en de overheid doet er geen goed aan om misstand met misstand te bestrijden. Er moet dus een andere methode gebruikt worden om leegstand en speculatie tegen te gaan, een methode die, in tegenstelling tot kraken, geen grove inbreuk maakt op het privéeigendomsrecht van de pandeigenaar. De oplossing lijkt in deze redelijk simpel. Als de vastgoedeigenaar met leegstand de prijs van zijn bezit probeert op te drijven, dan moet de overheid ervoor zorgen dat deze methode hem geen financieel gewin oplevert. Boetes voor leegstand dus. En, let wel, boetes voor moedwillige leegstand, dus niet voor mensen die wachten op een gemeentelijke vergunning. Deze boetes mogen fors zijn, opdat er een behoorlijke drijfveer is voor vastgoedeigenaren om leegstand te voorkomen. En zorg dan dat de opbrengst van deze boetes slechts gebruikt wordt voor de bouw van nieuwe, betaalbare woningen. Deze oplossing is vele malen rechtvaardiger dan de eigenaar van een pand feitelijk te onteigenen. Bovendien wordt het boetegeld ook aangewend om het oorspronkelijke probleem op te lossen. Een boete werkt als stok achter de deur, en het werkt ook bij daadwerkelijke leegstand. Kraken is slechts werkzaam als dreiging voor pandeigenaren, maar als er eenmaal gekraakt is betekent het vooral ellende en hoge kosten voor de eigenaar en voor de gemeente. Een ontruiming is immers ook niet gratis.
Het is dus hoog tijd dat er een einde wordt gemaakt aan deze praktijk die "kraken" heet, maar criminalisering van kraken ligt, ondanks een kamermeerderheid, niet in het verschiet, omdat minister Vogelaar (PvdA) de noodzaak niet ziet. Ook de vier grote steden van Nederland zouden tegen een kraakverbod zijn. Dat bij deze vier steden, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, de traditioneel pro-kraak PvdA de burgemeester levert of de grootste partij in de gemeenteraad is, geeft te denken.
Een paar weken geleden was VVD tweedekamerlid Arend Jan Boekesteijn in Leiden om een lezing te geven. Hij had het onder andere over mensen die “sommige beginselen van onze rechtsstaat niet onderschrijven”. Boekesteijn sprak over moslimfundamentalisten, maar telkens als ik tegenwoordig iets over krakers hoor, dan denk ik aan die uitdrukking. Mensen die sommige beginselen van onze rechtsstaat niet onderschrijven: een adequate omschrijving van de hedendaagse kraker. Het siert sommige politici in dit land dan ook absoluut niet dat zij zich opstellen als apologeten voor deze criminelen, en voor dit soort crimineel gedrag.
24 september 2007
De zogenaamde zwaksten
Afgelopen week was de derde dinsdag van de maand, Prinsjesdag. Waarom deze dag die naam heeft gekregen is onbekend, zo las ik in het NRC, die overigens voor die bewering www.prinsjesdag2007.nl als bron citeerde, een site van de ministeries van Financiën en Algemene Zaken. Het kan zijn dat ik wat dit betreft als afgestudeerde historicus een ietwat andere visie heb, maar het moet toch niet zo moeilijk zijn om in de archieven uit te zoeken waarom de opening van de Staten Generaal op een gegeven ogenblik Prinsjesdag is gaan heten? Hier hadden wat ambtenaren of journalisten wat beter hun best moeten doen.
Maar goed, Prinsjesdag dus, met het begrotingskoffertje, ditmaal gepresenteerd door minister van Financiën Wouter Bos. Bos heeft de groei-prognose voor de Nederlandse economie voor het komende jaar met een kwart procent omhoog geschroefd ten opzichte van vorig jaar. En afgelopen jaar ging het al goed, dus Bos denkt blijkbaar dat er vooralsnog niet-aangeboorde groeireserves aanwezig zijn binnen de nationale economie. Gezien zijn verleden bij Shell moeten wij ons misschien zorgen maken. Maar stel dat hij gelijk heeft. Hij voorziet meer groei, en daarom verdient de staatskas meer. “Prima”, denk je dan, dan hoeven de belastingen in ieder geval niet omhoog. Deze toch vrij logische redenering gaat echter niet op. De Nederlandse burger, de “hardwerkende” burger volgens Mark Rutte, moet het komende jaar € 6,1 miljard extra aan belasting gaan betalen. En, zoals u van de socialisten gewend bent, “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten”, wat er in de praktijk volgens mij vooral op neerkomt dat iedereen er op achteruit gaat behalve de absolute minima. De VVD was uiteraard “woest” en sprak over het “tweede kabinet Den Uyl”. Of dat terecht is weet ik niet, want ik heb het kabinet Den Uyl niet meegemaakt, maar het lijkt me zoals gezegd wel een beetje contra-intuïtief. Er wordt grotere groei voorspelt, maar ondanks die meevaller wordt er alsnog een fikse belastingverhoging doorgevoerd. Het kan dan haast niet anders dan dat de uitgaven enorm zijn gestegen. En waar gaat al dat extra geld naartoe? Het lijkt vooral te gaan naar inkomensnivellering en, daar heb je ze weer, de zwaksten in de samenleving.
Om heel eerlijk te zijn wordt ik daar ontzettend moe van, politici die alsmaar gefocust zijn op de zwaksten in de samenleving. Begrijp me niet verkeerd, ik ontken niet dat die mensen bestaan, en ik ontken ook niet dat hun problemen reëel zijn. Ik ben niet van de school die beweert dat alle werkelozen lui zijn en niet willen werken. De overheid moet zich wel degelijk inzetten voor deze categorie Nederlanders, en er alles aan doen om hem zo klein mogelijk te krijgen. De reden waarom ik er genoeg van heb is omdat het niet de focus zou moeten zijn van het kabinet. Naar mijn idee moet de regering zo veel mogelijk goed voor zo veel mogelijk mensen doen, en dat doel bereik je het beste door je te concentreren op de middenklasse. Waarom? Omdat de middenklasse de grootste groep in de Nederlandse samenleving is. Een kort bezoek aan de site van het CBS leert dat de inkomensverdeling van onze economie een soort ui-vorm heeft. Ze begint klein onderaan, wordt erg dik in het midden, en loopt bovenaan weer tot een spits toe. Verruit de meeste Nederlanders zitten dus in een gemiddelde inkomensklasse. En laat het stimuleren van die klasse nu juist de meest effectieve manier zijn om de economie te laten groeien. Dat het stimuleren van de bovenste klassen geen nut heeft is inmiddels in Amerika door president Bush bewezen. Zijn vele belastingverlagingen voor de allerrijkste hebben bij lange na niet het gewenste effect gehad, ook niet als je de aanslagen van 11 september en de oorlog in Irak buiten beschouwing laat. De middenklasse wordt daar genegeerd, en dat heeft zijn weerslag op het aantal banen, op het besteedbare inkomen en vroeg of laat op het levensniveau van de doorsnee Amerikaan. Beleid maken voor de middenklasse werkt omdat het gaat om mensen die hun extra geld zullen uitgeven, en niet zullen sparen of beleggen zoals de rijken dat doen. Geld voor de middenklasse is geld dat de economie wordt ingepompt in de vorm van nieuwe auto’s, wasmachines, computers, enzovoorts. De zogenaamde zwaksten zullen hun extra geld uiteraard ook uitgeven, maar in die categorie zitten nou eenmaal veel minder mensen, en is het effect veel geringer. Dit kabinet kiest voor inkomensnivellering, maar het lijkt wel alsof ze door alle belastingverhogingen de middenklasse net zo hard naar beneden willen halen als dat ze de zogenaamde zwaksten omhoog willen tillen. En dat is slecht voor de economie.
Inkomensnivellering moet tot stand worden gebracht door het beleid te concentreren op de middenstand. De minima moeten zich qua inkomen langzaam bij die groep aansluiten, ze moeten elkaar niet halverwege ontmoeten. Helaas lijkt dit niet de insteek van de regering. Onder invloed van de PvdA is er een echte socialistische begroting gepresenteerd. Het probleem is alleen dat het socialisme niet meer van toepassing is op de hedendaagse samenleving. Toen het in de 19e ontstond was het nog relevant: de samenleving bestond uit een kleine, rijke bovenlaag en een gigantisch arme onderlaag. De elite had het geld, en het volk niet. Maar het hedendaagse Nederland weerspiegelt dit beeld op geen enkele manier. Nu is de elite nog steeds rijk, is er een kleine minderheid die arm is, maar bevind het gros van het volk zich in de middenstand. De middenklasse is de meerderheid. Maar minister Bos leeft in het verleden en maakt geen beleid voor die meerderheid, en ook de minderheid die hij denkt te dienen is in feite op den duur slechter af vanwege zijn plannen. Ik dacht nooit dat ik dit zou zeggen, maar ik mis Gertje Zalm.
