25 april 2008

Echte duurzaamheid

Wat hebben een Zuid-Amerikaanse cocalero (coca teler) en sojaboer gemeen?

Laat ik de vraag in context zetten: elke dag krijg ik van het online tijdschrift Slate per email een cartoon doorgezonden. Meestal zijn de polemische afbeeldingen, duidelijk links of rechts. Maar laatst zat er eentje bij die ook de neutrale toeschouwer aan het denken zette. Op de tekening was een wat dikkige man te zien die aan de benzinepomp fluitend zijn auto volgoot. Een bordje op de pomp identificeerde de brandstof als ethanol, en achter de man stond een reclamebord met de tekst “Nu slechts 19 voedselrellen per volle tank!” Wrang, maar de laatste weken word de kern van waarheid die in de cartoon besloten licht steeds groter. Vrij plotseling is wereldwijd in verscheidene landen een voedseltekort ontstaan. Niet alleen de armste landen, zoals Haïti, maar ook ontwikkelde staten zoals Egypte en relatief rijke naties als Argentinië hebben te maken met forse stijgingen van voedselprijzen. In Bangladesh kost een dagelijkse portie rijst inmiddels de helft van het gemiddelde inkomen van een arme. De prijs van maïs op de wereldmarkt is de afgelopen maanden met 30% gestegen. In het al eerder genoemde Egypte, een van de grootste importeurs van granen, is de prijs van brood de afgelopen weken zelfs met een factor vijf gestegen. Een indrukwekkend gegeven, overigens. De meesten onder ons zouden toch stijl achterover slaan als een halve pain de Provence bij de AH opeens € 6,50 kost in plaats van € 1,50.

Een groot deel van de prijsstijgingen, en de bijbehorende voedselcrisis, is te wijten aan het feit dat steeds meer landbouwproducten gebruikt worden om biobrandstoffen te produceren. Deze analyse maken verscheidene landen en instanties als de Voedsel en Landbouw Organisatie van de VN. Door de actuele milieuhype is de vraag naar biobrandstof fors gestegen, en zo ook de vraag naar de grondstoffen die gebruikt worden in de productie. Die vraag is inmiddels zo groot dat het voor boeren aantrekkelijker begint te worden om bijvoorbeeld maïs te verkopen voor biobrandstofproductie dan voor voedselproductie. Aldus wordt er minder voedsel geproduceerd, en stijgt de prijs hiervan.

Terug naar de cocalero en de sojaboer. De cocalero produceert coca die hij kan verkopen aan drugshandelaren. Deze handelaren verwerken de cocabladeren tot cocaïne, dat veelal in het westen wordt afgezet. Door het geringe aanbod en de grote vraag is de prijs van cocaïne in westerse landen bovendien doorgaans erg hoog. Een mondiaal mechanisme van vraag en aanbod zorgt ervoor dat de gewoontes van een aantal (veelal welgestelde) Europeanen en Amerikanen het aantrekkelijker maakt voor de cocalero om coca te verbouwen dan een ander gewas. Gezien de prijs die hij voor andere gewassen krijgt is hij soms zelfs genoodzaakt om coca te telen. In Colombia, bijvoorbeeld, is het wegens de verdeling van landbouwgrond ook nog eens zo dat veel cocatelers in spé eerst een stuk Amazoneregenwoud moeten platbranden voordat zij een akker hebben.

Aan de andere kant van de grens, in Brazilië, bevinden zich sojaboeren die er exact dezelfde handelswijze op nahouden, en een onderdeel zijn van exact hetzelfde mechanisme als de cocalero’s. Vraag naar biobrandstoffen van welgestelde westerlingen zorgt ervoor dat de sojaboer meer krijgt voor zijn oogst als hij deze oormerkt voor biobrandstofproductie. Zoals de cocalero ziet de sojaboer zich soms genoodzaakt te kiezen voor biobrandstof, omdat voedselproductie te weinig oplevert. En ook de sojaboer kapt regenwoud om aan akkergrond te komen. Wie de mechanismen achter de cocaïnehandel kent, had de huidige voedselcrisis kunnen zien aankomen. Een Westers modeverschijnsel dat een averechts effect heeft op de rest van de wereld. En terwijl de wisselwerking tussen cocaïnegebruik en cocalero’s alom worden erkend en afgekeurd, wordt de biobrandstofindustrie, die exact dezelfde uitwerking heeft, vooralsnog slechts aangemoedigd.

Is een eigenaar van een biobrandstofauto moreel verantwoordelijk voor voedselrellen? Wellicht, maar als autoeigenaar ben je altijd wel ergens moreel verantwoordelijk voor. Zijn het niet voedselrellen, dan is het wel de opwarming van de aarde. Eén belangrijk verschil met cocaïnegebruikers: biobrandstofrijders hebben de beste intenties. Maar als de voedselcrises iets duidelijk hebben gemaakt dan is het wel dat milieuvriendelijke initiatieven ook gewoon gehoorzamen aan de wetten van de internationale markt, goede bedoelingen of niet.

Zorg voor het milieu is noodzaak, maar ook hype. En middenin die hype moeten we oppassen dat ook “groene” initiatieven getoetst worden aan de wetten van de globalisering, en uiteraard het gezond verstand. De ontstane voedselcrisis heeft veel weg van een maar al te bekend patroon: de westerse wereld die maatregels implementeert en levenspatronen vestigt zonder acht te slaan op, of goed na te denken over, de gevolgen voor de rest van de wereld. Als deze zich nu onze vervoersstandaarden zou aanmeten zou niet alleen de olie vrijwel direct op zou raken, maar het eten blijkbaar ook. We moeten zorgen dat de hele keten, van sojaboer tot dikkige, tankvullende man klopt. Pas dan kan er gesproken worden van echt duurzame oplossingen.

07 april 2008

Gratis wonen?

De nationale politiek is deze dagen volledig in de ban van rechts-radikalen. Eerst was er de film van Geert Wilders, en het daaropvolgende, minstens zo spannende, en een stuk beter geregisseerde debat in de kamer. En vervolgens was er, afgelopen donderdag, de lancering van Trots op Nederland, de politieke beweging van Rita Verdonk. TON is een beweging, en geen partij. Dat schijnt vooral te maken te hebben met het feit dat politieke partijen wettelijk verplicht zijn om hun geldschieters openbaar te maken, en Verdonk voelt daar niet zoveel voor. Verdonk wil vooral luisteren naar de gewone burger. Als je overigens als gewone burger op haar openingsfeestje je stem wilde laten horen, moest je wel eerst even € 75,- neertellen. Blijkbaar is dat Rita’s idee van de democratie meer toegankelijk maken.

Terwijl de landelijke politieke schijnwerpers ferm naar rechts zijn gekeerd gaat het politieke gesprek in Leiden vooral over links-radikalen. Morgen vindt de langverwachte vergadering van de commissie Ruimte en Bereikbaarheid plaats in het Leidse gemeentehuis. Het belangrijkste item op de agenda is het legaliseringproces rondom de Vrijplaats Koppenhinksteeg, een stel kraakpanden aan de Koppenhinksteeg en Hooglandse Kerkgracht. De panden zijn als sinds eind jaren 60 illegaal bezet door een bonte stoet aan organisaties. De laatste 10 jaar zijn de panden echter in gebruik door een redelijk vast aantal initiatieven die onder de koepel van de zogenaamde “postparlementaire” organisatie Eurodusnie. Voor wie daaraan twijfelt: www.koppenhinksteeg.nl linkt direct door naar www.eurodusnie.nl. De kwestie rond de legalisering was de afgelopen weken volop in het nieuws omdat het Leidse college van B&W een voorgenomen besluit heeft genomen om de legalisering stop te zetten. Er zou een financieel gat zijn van ongeveer 3 ton waar de gemeente voor op moet draaien. In het collegeakkoord staat dat er niet meer dan 460.000 euro zal worden uitgegeven.

Laat ik onmiddellijk kleur bekennen: ik ben een groot voorstander van een kraakverbod. De noodzaak voor een kraakverbod alleen al vind ik uitermate vreemd. Het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat eigendom niet zomaar ten behoeve van anderen onteigend kan worden. Het besluit tot legalisering, dat de Leidse gemeenteraad in 2005 nam, had dan ook nooit genomen moeten worden. Het stuurt een verkeerd signaal naar de rest van de inwoners van de start. Illegaal gedrag loont. Als je maar links genoeg bent, en lang genoeg blijft hangen, krijg je het pand dat je in eerste instantie van de gemeente gestolen hebt vanzelf kado. Niet alleen dat, maar de gemeente is ook nog eens bereid om er bijna een half miljoen euro op toe te leggen. Wat moeten andere verenigingen en clubs, die wel gewoon huur betalen en het ook niet al te breed hebben, hiervan denken? De voorstanders van legalisering, zoals de SP, zeggen “afspraak is afspraak,” en vragen zich af wat een afspraak met de gemeente waard is als eerst legalisering is belooft, en het college vervolgens terugkomt op die belofte. Maar zij gaan voorbij aan het feit dat legalisering nooit belooft is. In de legaliseringsnotitie van 12 maart, 2007 staat dat de legalisering door zal gaan onder bepaalde omstandigheden en voorwaarde. Een van die voorwaarde was een financiele. Er werd gesteld dat er niet meer dan 460,000 euro zou worden uitgegeven, en in het collegeakkoord van het huidige college werd nog eens benadrukt dat dat bedrag niet verhoogd zou worden. Dus ik vraag mij af, wat is een belofte van deze gemeente waard? Ik, als inwoner van de stad Leiden, ben tegen de legalisering van de Vrijplaats. Maar de legaliseringsnota was nu eenmaal door de raad goedgekeurd, dus daar had ik me bij neer te leggen. Maar nu aan de voorwaarde die voor legalisering niet wordt voldaan, verwacht ik van de gemeente dat zij zich aan de beloftes houden die ze hebben gemaakt. Er zal niet meer dan 460,000 euro aan gemeenschapsgeld worden uitgegeven aan een verzameling initiatieven die maar beperkte steun genieten onder de bevolking. Bovendien valt over het nut en de waarde van de initiatieven nog ruim te discussieren. De gebruikers van de vrijplaats kunnen zich geen leiden zonder Koppenhinksteeg voorstellen, maar veel mensen wel, en zij zijn niet bereid om de legalisering tegen elke prijs doorgang te laten vinden.

De SP heeft gelijk, afspraak is afspraak, en belooft is belooft. Niet meer dan 460,000 euro uitgeven aan de Koppenhinksteeg. Als de bewoners het geld zelf niet kunnen opbrengen, dan gaat de legalisering niet door.

31 maart 2008

Flutna

De gevreesde film van Geert Wilders, Fitna, sloeg afgelopen week in als een losse flodder. De site waarop het stukje vrije meningsuiting geplaatst stond, zag zich genoodzaakt om het twee dagen later alweer offline te nemen. Wegens ernstige bedreigingen aan het adres van de medewerkers, was de melding van de redactie. Waarschijnlijk van een stel bona-fide filmmakers die zo boos waren over de kwaliteit van Fitna, dat ze het gedrocht kosten wat het kost van het internet wilde hebben. Want dat is toch wat opvalt over de film Fitna. Het feit dat het woord film wel in een heel ruime zin is gebruikt. Het is eigenlijk gewoon een clipshow. Iets wat je zou verwachten van een puberale scooterrijder met rechts-radicale sympathieën en toegang tot een computer met de meest simpele video-software. Het beste wat Wilders had kunnen doen, zoals Boris van der Ham al eens zei in een column, is op de gegeven datum géén film uit te brengen. Dan hadden het hele kabinet Balkenende en de media voor schut gestaan vanwege die crisissfeer die zij de afgelopen weken hebben opgeroepen. Maar helaas, Geert was zo in zijn nopjes met alle aandacht dat hij het niet kon laten, en Fitna toch heeft uitgebracht. En dat is jammer, want het bevestigd het beeld dat veel mensen al langer hebben van Wilders. Dat hij een inhoudsloze populist is, die alles doet voor de aandacht.

De film was echt onstellend slecht. Niet alleen qua filmische qualiteiten, maar ook de inhoud. Wilders haalt soera's van de Koran volledig uit z'n verband, en als klap op de vuurpijl vertaalt hij ze ook nog verkeerd. Hij heeft een van de beruchte Deense cartoons misbruikt door hem zonder toestemming te plaatsen. Dat komt hem wellicht nog op een rechtzaak te staan. Lang leve de rechtsstaat, zoals Wilders vaak placht te zegggen. Als illegaal plaatsen van een cartoon niet tot een zaak leidt, is het misschien wel het afbeelden van rapper Salah-e-din als Mohammed B. Voor iets dat zo lang op zich heeft laten wachten is Fitna verbijsterend slordig en slecht uitgezocht. De film is je reinste stemmingmakerij, en doet niet eens een poging om een serieus politiek statement uit te dragen.

Met deze miskraam van een film plaatst Wilders netjes in een alsmaar groeiend rijtje populistische politici die, zolang het hun peilingen helpt, naar hartenlust van mening veranderen en provoceren, zogenaamd om het debat op gang te helpen. Het begon met de zogenaamde "professor" Pim Fortuyn, die helaas vermoord werd voordat hij als politiek leider ontmaskert zou worden door het stelletje corrupte en incompetente politici dat hij onder de banier LPF had verzameld. Het vervolg diende zich aan in de vorm van een verongelijkte Somalische, die zich het land binnen had gelogen maar toch zonder blikken of blozen het beleid van Rita Verdonk steunde. Nadat Hirsi Ali haar punt had gemaakt, namelijk dat zij door de profeet Mohammed zelf besneden was, vertrok zij naar Amerika, en was het toneel voor Geert alleen. Tot dusver, maar zijn opvolger dient zich alweer aan. Ehsan Jami, de aandachtsgeile relnicht van het Comité van Ex-moslims, gaat een film maken die de pedofilie van de profeet expliciet in beeld brengt. In spanning wacht ik met de rest van Nederland op deze volgende zege van het vrije woord.

03 december 2007

De bekende weg van de SP

Het invloedrijke Amerikaanse congreslid Tip O’Neill zei ooit: “all politics is local”. Nu denk ik niet dat hij gelijk had, maar iedereen die de conservatieve heiland Ronald Reagan ooit “de meest onnozele man die ooit in het Witte Huis zat” heeft genoemd kan wel op mijn sympathie rekenen. Alle politiek is niet lokaal, maar in de lokale politiek is het soms wel mogelijk om bepaalde aspecten van de landelijke politiek mooi geïllustreerd te zien. Zo was er afgelopen week een onthullende episode in de Leidse politiek die de geïnteresseerde toeschouwer veel kan leren over de Socialistische Partij. Het begon allemaal met schriftelijke vragen van het SP raadslid Eva de Bakker op 23 november. Deze hadden betrekking op de nevenfuncties van de burgemeester en wethouders, en waarom deze niet op de website stonden. De Bakker bleek echter niet goed te hebben gekeken, of liever, helemaal niet gekeken. De nevenfuncties staan wel degelijk op de site van de gemeente en zijn zeer simpel te bereiken. Toen dit op de Leidse nieuwssite Sleutelstad.nl werd aangegeven kwam De Bakker met een ontstellend zwak verweer: de SP zou bedoeld hebben dat men bij de wethouders niet kan doorklikken, zoals dat op de pagina van de burgemeester wel kan. Maar een simpele raadpleging van haar schriftelijke vragen leert dat dit patente onzin is. Vraag één van de zes die de Bakker stelt luidt:
Waarom staan de nevenfuncties van de wethouders niet aangegeven op de gemeentelijke website?
De conclusie dringt zich op dat De Bakker niet kan internetten, hetgeen niet erg is, maar haar wellicht diskwalificeert als het aangewezen raadslid om vragen te stellen over de site van de gemeente. Als ze beter had gekeken, dan waren vijf van haar zes vragen meteen beantwoord geweest. Haar laatste vraag is ook interessant. Die luidt:
Gaan de nevenfuncties, door de tijd die erin wordt gestoken, van de burgemeester en wethouders, niet ten koste van het werk dat zij voor de stad behoren te doen?
Het aardige is nu juist dat mw. De Bakker onderdeel uitmaakt van de controlerende macht van de gemeente, en dus zelf één van de personen is die deze vraag moet beantwoorden. Als je de vraag aan de wethouders en burgemeester stelt, zullen ze uiteraard altijd “nee” antwoorden. Het is juist aan de raad om dit te beoordelen. In haar reactie claimde mw. De Bakker echter dat het daar allemaal niet om ging, maar dat het de SP te doen was om belangenverstrengeling tussen de hoofd- en nevenfuncties van de wethouders en raadsleden. Maar ze stelde deze vraag als een raadslid die zelf een nevenfunctie bekleed waarbij wel eens belangenverstrengeling zou kunnen optreden. Ze is namelijk statenlid van de provincie Zuid-Holland, en stemt als zodanig ook over onderwerpen die met Leiden te maken hebben.

Ik volg mw. De Bakker nog niet lang genoeg om te weten of ze altijd van dit soort nutteloze vragen stelt, maar het leek mee een vreemd incident. Zou er dan niemand binnen de SP zijn geweest die haar vragen even had kunnen nakijken, en haar behoeden voor deze blunder?

GroenLinks raadslid Hans van Egdom zag zijn kans schoon voor een politiek succesje, en sprak De Bakker via zijn weblog aan op haar vragen en op de overduidelijk hypocrisie die eruit spreekt. Want de nevenfunctie van De Bakker zelf, het statenlidmaatschap stond nu juist niet vermeld op de lijst van de gemeente-site waarop nevenfuncties vermeld staan. Voor diegenen meesurfen, de lijst is per 26 november aangepast en het staat er nu wel. Bovendien, zei van Egdom, was een gotspe voor de SP om vragen te stellen over transparantie, want eind oktober verscheen er in het blad Binnenlands Bestuur een artikel van de Groningse hoogleraar Douwe Elzinga (betaalsite) waarin beschreven staat hoe de SP voor 90% drijft op overheidsgeld. Deze fondsen worden voor een deel door allerlei vage facturen bij de gemeentefracties vergaard. Geld dat bedoeld is voor gemeentelijke politiek werk wordt door middel door het centraal partijbureau zogenaamd geleverde diensten doorgesluisd naar de landelijke partijkas. De SP betwist dit uiteraard, maar toen de Amsterdamse afdeling afgelopen jaar gevraagd werd om deze “diensten” van het partijbureau te bewijzen door middel van bonnetjes, gaven de socialisten niet thuis en stortten het geld na veel misbaar uiteindelijk terug.

Van Egdom leest blijkbaar Binnenlands Bestuur, en besloot naar aanleiding van de vragen van De Bakker om de SP eens flink op haar nummer te zetten. Het kwam wel een tikje kinderachtig en opportunistisch over, maar misschien is Egdom nog steeds boos dat de socialisten het college hebben getorpedeerd, en zat hij al weken op een dergelijke mogelijkheid te wachten. En daar raakt deze kwestie aan een ander punt waar van Egdom niet eens over repte. Tot voor kort zaten er ook SP wethouders in het college. Was er toen niets mis met de ontsluiting van informatie over nevenfuncties? Het is natuurlijk rijkelijk opportunistisch om, luttele weken nadat je eigen wethouders zijn opgestapt, opeens kritiek te hebben op een aspect van het college dat ook wel degelijk bestond toen je eigen partij er nog inzat. En ja, ook de twee SP-wethouders hadden nevenfuncties, die nog uitermate makkelijk zijn terug te lezen op de site. De vragen waren zo opportunistisch dat het welhaast dom leek. Zou het echt zo zijn dat mw. De Bakker uit eigen beweging deze vragen had gesteld, en niemand van de SP daarbij had ingegrepen?

Hoe de vork werkelijk in de steel zat bleek afgelopen vrijdag na afloop van de uitzending van Rondom de Raad, het programma over lokale politiek van Holland Centraal, waarin van Egdom met de Leidse SP-voorzitter Tim van Houten in debat ging over deze kwestie. Na afloop van het gesprek zei Egdom dat het hem was opgevallen dat de SP deze vragen in meer gemeenten had gesteld, en op precies dezelfde manier. Zou het centrale partijbureau soms opdracht hebben gegeven om ze te stellen? "Dat zou best eens kunnen", gaf van Houten toe. Dit maakt het feit dat de Bakker ze zo gesteld heeft een veelzeggend incident. Het raadslid heeft de partijorders opgevolgd en de vragen ingediend, zonder zich te realiseren in wat voor situatie ze zichzelf daarmee plaatste. Het lijkt een ware oekaze, zoals we dat van echte socialisten gewend zijn. Bevelen uitvoeren en zelf niet al te veel nadenken. In de context van de huidige discussie rondom de democratie en afwijkende mening binnen de SP is dit een aardig illustratie van hoe het niet moet binnen een partij, maar hoe het bij de SP wel geregeld is. Het centrum bepaalt, en de periferie voert uit. Binnen de SP bestaat inmiddels een aardige lijst van mensen die slachtoffer zijn geworden van hun eigen kritisch vermogen, en dat moedigt niet aan tot zelf nadenken.

Verder illustreert deze kwestie ook dat de SP nog in het geheel niet gewend is om een partij met echte verantwoordelijkheid te zijn. De socialisten hebben landelijk een aardige omvang bereikt, maar volharden nog steeds in hun oppositiementaliteit, ondanks het feit dat ze her en der in de regering zitten. Het is toch vreemd om dit soort vragen als partijbestuur door te zenden naar je fracties, als je weet dat sommige van die fracties ook verantwoordelijkheid dragen, of tot zeer recent droegen, voor datgene dat je aan de kaak stelt?

Lokale politiek dus. Het is niet alles, maar af en toe geeft het wel een fascinerend kijkje in de aard van een landelijke partij.

26 november 2007

Ellian + column = onzin

Afshin Ellian, een markant type.

Leidens eigen rechtsgeleerdekabouter is, samen met Leon de Winter, misschien wel de enige echte neoconservatief van Nederland. Samen behelzen ze alle aspecten die een goed neoconservatief moet bezitten: felle polemiek voeren, altijd pro-Bush zijn, ad nauseam pro-Israël zijn, uiteraard diep islamofoob, en, wellicht de belangrijkste eigenschap, een uiterst utilitaire bereidheid om feiten te neger, verdraaien of te falsificeren. Ellian heeft de kunst goed afgekeken van zijn intellectuele broeders in de VS: Dick Cheney, Paul Wolfowitz, Bill Kristol, en, meest recentelijk, Norman Podhoretz. Ook heeft hij de bizarre kwaliteit die veel uiterst rechtse types in Amerika ook hebben: ze waren vroeger links. Net zoals bijvoorbeeld Christopher Hitchens en David Horowitz had Ellian vroeger sterke linkse sympathieën, hij was zelfs lid van een socialistische partij in Iran. Een zekere mediageilheid kan Ellian ook niet ontzegd worden. Waar de meer rechtse en bozige conservatieve types, zoals Paul Cliteur en Herman Philipse na de Hirshi Ali haussé alweer snel in de mediavergetelheid zijn verdwenen, weet Afshin van geen ophouden. Zie bij deze de wijze waarop hij deze zomer zijn slag wist te slaan uit de lachwekkende soap rondom de na-puberende martelaar voor de anti-islam, Ehsan Jami. Als de kippen was Ellian erbij om de media overal de schuld van te geven, als soort van Iraanse padrone op te treden voor zijn beschermeling, en uitgebreide klaagzangen af te steken over vrijheid van meningsuiting.

Maar toch wringt er iets bij Afshin. Hij is wel een neoconservatief, maar hij kan niet voluit gaan, en dat tergt hem. Hij heeft in Nederland niet de intellectuele speelruimte om zich in zijn columns echt op de lunatic fringe te begeven, zoals zijn Amerikaanse broeders dat wel kunnen. En daarom moet Ellian het hebben van insinuatie, en van suggestie. Dit alles kwam sterk door in de NRC column (24/11/2007) van de ex-Iraniër, ex-Moslim en ex-Socialist. In Amerika, ik noemde dit al in een vorige column, is de retorische oorlog met Iran al lang begonnen, en spreekt men over Wereld Oorlog III. In Nederland leeft dat sentiment niet zo, maar geen nood! Afshin Ellian is zoals gewoonlijk bereid om in de pen te klimmen teneinde de islamofobie aan te wakkeren en zijn eigen land van herkomst te demoniseren. Onder de vlammende titel “politieke religie + bom = ramp” steekt Ellian van wal met een prangende vraag: is er in de Iraanse geschiedenis ooit belangstelling geweest voor een kernwapen? “Ja”, zullen velen mensen die de historie van Iran kennen meteen zeggen, “die was er wel zeker”. De Shah van Iran, door Amerika en Engeland via een coup aan de macht geholpen ten kosten van de democratisch gekozen Mohammed Mossadegh, had daar wel oren naar. Terwijl zijn land actief en op grote schaal door de Amerikanen werd gesteund in het ontwikkelen van kernenergie, merkte de Shah in de jaren ’70 luchtig op dat Iran zeer snel een atoomwapen zou hebben.

Maar wacht, dit is niet bepaald een voorbeeld waar Afshin op zit te wachten. Het is immers de bedoeling om de Islam te demoniseren, en niet om Amerikaanse hypocrisie aan de kaak te stellen. Wat heeft Ellian ons te bieden? Een brief uit 1988 van Ayatollah Khomeinei. Een bericht van bijna 20 jaar geleden, van een geestelijke die al lang overleden is, geschreven in de context van de oorlog die Irak, met steun van de Verenigde Staten, tegen Iran voerde. Oja, en over die Irak-Iran oorlog: Ellian schuift de verantwoordelijkheid voor de duizenden doden van deze oorlog vlug even in de schoenen van die “dwaze imam”, Khomeiny. Iedereen die ook maar de Wikipedia pagina over deze oorlog heeft gelezen giert nu van het lachen en verbaasd zich erover dat Ellian Saddam Hussein en passant vrijpleit, maar vergeet niet: voor de echte neoconservatief doen feiten er niet toe, alleen ideologie. Terug naar die brief. Wat is het onmiskenbare bewijs dat de ayatollahs altijd al op kernwapens uit zijn geweest? Ellian komt in zijn stukje niet verder dan een zinnetje, waarin Khomeiny zegt dat de opperbevelhebber van het leger zegt dat het in toekomstige conflicten wellicht handig zou zijn als Iran kernwapens zou hebben. Pats boem! De smoking gun is een mushroom cloud, en Ellian heeft zijn insinuatie en suggestie aan de man gebracht. De wens van de generaal volgt overigens op een opsomming van een immense militaire macht van duizenden tanks en artillerie, dus het is duidelijk dat de opperbevelhebber aan het dagdromen is. Maar dat is niet belangrijk. Feiten, zijn niet belangrijk, het gaat om de achterdocht die Ellian probeert te zaaien. Gek genoeg bewijst de brief van Khomeiny, waarin hij besluit om de Iran-Irak oorlog te beeindigen, dat het regime in Teheran wel degelijk rationeel opereert. Ellian beaamt dit ook een aantal malen. Kortom, in het verleden heeft Iran zich altijd rationeel gedragen, maar als het om kernenergie gaat moeten wij van Afshin geloven dat alle stoppen doorslaan. Misschien, maar het Internationaal Atoomagenschap heeft de afgelopen maanden vrij definitief gesteld dat Iran niet bouwt aan een kernbom. Dit wordt door Ellian niet eens vermeld, terwijl het toch een actueel en pertinent feit lijk. Maar feiten, zo begrijpt u inmiddels, doen er niet toe.

Het hele stuk van Ellian is insinuatie, en achterdocht, maar in de laatste zin kan hij het toch niet meer houden, en maakt de echte neoconservatief zich van hem meester. Hij stelt in klare taal, en ik citeer: “Een politieke religie met kernwapens zal tot omvangrijke en onmenselijke oorlogen leiden”. Met andere woorden, Iran zal, met een kernbom, een atoomoorlog ontketen. Ellian blijkt naast rechtsgeleerde, dichter en politiek vluchteling ook opeens een waarzegger te zijn.
Hirshi Ali zit tussen de neoconservatieve zeloten van het American Enterprise Institute in Washington. Het wordt tijd dat Ellian daar ook zijn heil zoekt. Ze zullen hem met open armen ontvangen, en als hij eerlijk is, weet hij zelf ook dat hij daar gelukkiger zal zijn. Het zou een gewin zijn voor het Nederlandse Islam- en Iran-debat.

19 november 2007

De wet gekraakt

Er is in Nederland een misdaad die legaal is, en die misdaad heet hier “kraken”. De gebeurtenissen in Amsterdam van de twee weken geleden hebben voor de zoveelste maal voor het voetlicht gebracht wat voor misdadigers zich eigenlijk bezig houden met deze praktijk. Tijdens het ontruimen van een gekraakt pand aan het Damrak meldde de politie de vondst van een volgens hen levensgevaarlijke constructie. Een balk die het dak ondersteunde was aangesloten op een bewegingssensor en een lier, die bij het betreden van de kamer een deel van het dak naar beneden zou laten vallen. Een valstrik die, als hij gewerkt had, waarschijnlijk zou hebben geleid tot ernstige verwonding bij de agenten. Het verhaal werd uiteraard onmiddellijk ontkent door krakerwoordvoerster Monica. Het zou verzonnen zijn door de politie, en om de zogenaamde “krakers” vrij te pleiten werden er gisteren foto’s van de gewraakte constructie op de extreemlinkse website Indymedia gepost. Hierop waren de bewegingsensor en het motortje te zien. Een week later toonde de politie haar foto’s in de gemeenteraad. Vrijwel alle raadsleden, inclusief diegene van krakersvriendelijke partijen als de PvdA en Groenlinks, onderschreven de conclusies dat hier sprake was van een booby-trap, en dat het verweer van de krakers nergens op sloeg. Dit is niet de eerste poging tot moord van deze diefstalplegers: in Maart van dit jaar trof de politie bij het ontruimen een brandbom boobytrap aan in een gekraakt Amsterdams pand. Vorig jaar bekogelden zogenaamde “krakers” de ME puntige stalen buizen die dwars door de schilden van de agenten boorden. Zelfs de meest zelfgebreide geitenwollen sok kan het nu niet meer ontkennen: deze krakers zijn criminelen.

“Kraken” is eigenlijk een eufemisme: het refereert aan de glorietijd van deze praktijk in de jaren ‘70 en ‘80, toen het nog een romantisch trekje had. Mijn tante is een kraker, of liever, zij was er één. In de jaren tachtig heeft ze met haar man en haar baby dochter met een grote groep mensen een oude, leegstaande brandweerkazerne in Amsterdam gekraakt. Er was een gebrek aan woonruimte voor gezinnen en de kazerne, gemeente-eigendom, stond leeg. Samen met anderen is mijn tante daar toen ingetrokken, en woont daar nu al meer dan twintig jaar. Dat is kraken. Maar de dagen van kraken zijn al lang vervlogen. De schouwspelen die zich in Amsterdam voltrokken hadden niets te maken met wat doorgaans verstaan wordt onder kraken, of onder krakers. De ME moest een pand ontruimen van ordinaire misdadigers, die onder de wettelijke dekking van de term “kraken” criminele praktijken bezigen.

Voor mensen zoals ik, die de kraakbeweging in zijn glorietijd niet hebben meegemaakt, is het moeilijk om te begrijpen dat deze praktijk wettelijk toegestaan is. Als er geen aura van romantiek en sociale rechtvaardigheid omheen zou hangen, zou men kraken gewoon noemen wat het overduidelijk is: diefstal. In de jaren 80 en 70 was dit misschien nog te begrijpen. Gezinnen die geen woning hadden omdat huisbazen en gemeenten, als dan niet met opzet, panden leeg lieten staan. Het was wellicht sociale nood, en er was misschien begrip voor op te brengen. Maar tegenwoordig is het overduidelijk dat kraken een door en door asociale bezigheid is geworden. Groepen krakers loeren overal in het land op panden die leegstaan, om er, vlak na het verstrijken van één jaar, de deur te forceren en zich illegaal toegang te verschaffen. Vervolgens wordt er een tafel, een stoel en een matras gedeponeerd, en ziedaar, het pand is gekraakt. De eigenaar van het pand wacht vervolgens een jarenlange juridische strijd om zijn eigen bezit terug te krijgen, terwijl de krakers zijn pand van binnen veelal volledig afbreken en uithollen. Houten vloeren en deuren worden opgestookt, muren worden doorgebroken, en er wordt allerlei rotzooi achter gelaten. Daarbij is het vaak onmogelijk voor de eigenaar om de schade op de krakers te verhalen. Kortom: kraken is voor de meeste huis- of pandeigenaren die het overkomt een regelrechte ramp. En het meest tergende aan deze kwestie is dat gekraakte panden regelmatig leegstaan door toedoen van de overheid. Een eigenaar wil bijvoorbeeld iets verbouwen, de vergunning hiervoor laat meer dan een jaar op zich wachten, wat niet ongewoon is, en ziedaar, als beloning voor zijn geduld mag de eigenaar nog enkele jaren wachten en nog veel meer geld betalen, omdat hij eerst de inmiddels gearriveerde krakers uit zijn pand moet zien te verwijderen. Het is werkelijk absurd dat de Nederlandse wet erin voorziet dat wildvreemden na een jaar leegstand, buiten de schuld van de eigenaar om, meer recht hebben op een pand dan de eigenaar zelf. Er is geen andere omschrijving voor: dit is inbeslagname van privéeigendom door de staat, en het is moreel volstrekt verwerpelijk.

Kraken heeft tegenwoordig niets meer te maken het oplossen van woningnood: het is een praktijk die wordt bedreven door uitvreters die onder het mom van idealisme een gratis onderdak zoeken, en daarmee wetgeving misbruiken die jaren geleden, met een heel ander doel, is ingesteld. Deze misdadige praktijk moet dan ook zo snel mogelijk gecriminaliseerd worden.

Maar terwijl het criminele gedrag van krakers wordt aangepakt, moet het oorspronkelijk probleem niet uit het oog worden verloren. "Leegstand is misstand", is een bekende krakersslogan, en deze is juist. Maar kraken is tegenwoordig overduidelijk ook misstand, en de overheid doet er geen goed aan om misstand met misstand te bestrijden. Er moet dus een andere methode gebruikt worden om leegstand en speculatie tegen te gaan, een methode die, in tegenstelling tot kraken, geen grove inbreuk maakt op het privéeigendomsrecht van de pandeigenaar. De oplossing lijkt in deze redelijk simpel. Als de vastgoedeigenaar met leegstand de prijs van zijn bezit probeert op te drijven, dan moet de overheid ervoor zorgen dat deze methode hem geen financieel gewin oplevert. Boetes voor leegstand dus. En, let wel, boetes voor moedwillige leegstand, dus niet voor mensen die wachten op een gemeentelijke vergunning. Deze boetes mogen fors zijn, opdat er een behoorlijke drijfveer is voor vastgoedeigenaren om leegstand te voorkomen. En zorg dan dat de opbrengst van deze boetes slechts gebruikt wordt voor de bouw van nieuwe, betaalbare woningen. Deze oplossing is vele malen rechtvaardiger dan de eigenaar van een pand feitelijk te onteigenen. Bovendien wordt het boetegeld ook aangewend om het oorspronkelijke probleem op te lossen. Een boete werkt als stok achter de deur, en het werkt ook bij daadwerkelijke leegstand. Kraken is slechts werkzaam als dreiging voor pandeigenaren, maar als er eenmaal gekraakt is betekent het vooral ellende en hoge kosten voor de eigenaar en voor de gemeente. Een ontruiming is immers ook niet gratis.

Het is dus hoog tijd dat er een einde wordt gemaakt aan deze praktijk die "kraken" heet, maar criminalisering van kraken ligt, ondanks een kamermeerderheid, niet in het verschiet, omdat minister Vogelaar (PvdA) de noodzaak niet ziet. Ook de vier grote steden van Nederland zouden tegen een kraakverbod zijn. Dat bij deze vier steden, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, de traditioneel pro-kraak PvdA de burgemeester levert of de grootste partij in de gemeenteraad is, geeft te denken.

Een paar weken geleden was VVD tweedekamerlid Arend Jan Boekesteijn in Leiden om een lezing te geven. Hij had het onder andere over mensen die “sommige beginselen van onze rechtsstaat niet onderschrijven”. Boekesteijn sprak over moslimfundamentalisten, maar telkens als ik tegenwoordig iets over krakers hoor, dan denk ik aan die uitdrukking. Mensen die sommige beginselen van onze rechtsstaat niet onderschrijven: een adequate omschrijving van de hedendaagse kraker. Het siert sommige politici in dit land dan ook absoluut niet dat zij zich opstellen als apologeten voor deze criminelen, en voor dit soort crimineel gedrag.

12 november 2007

Echt debat in Amsterdam

Afgelopen zaterdag was ik bij een bijzonder evenement in Amsterdam. Happy Chaos, een vereniging van Amsterdamse studenten en jonge Vrij Nederlandredacteuren, organiseerde in het hotel Arena te Amsterdam een publiek debat met John Mearsheimer en Stephen Walt. Als wetenschappers zijn deze twee mannen waarschijnlijk niets minder dan helden. In een tijd waarin je als westerse wetenschapper bijna geen enkel risico hoeft te lopen hebben zij hun nek uitgestoken. Hun artikel, en later boek, The Israël Lobby and U.S. foreign policy heeft in het Amerikaanse publieke debat een storm doen opwaaien. Het effect van hun publicaties eerder dit jaar, en de macht van de Amerikaanse Israëllobby om debat de kop in te drukken, werd in kaart gebracht door een documentaire van Marije Meerman, gemaakt voor Tegenlicht van de VPRO. Voorafgaand aan de discussie met de auteurs werd de documentaire aan het publiek getoond.

De heisa rondom het boek van de twee Amerikanen zal in Europa, en elders in de wereld waarschijnlijk een stuk minder zijn dan in hun vaderland. In de VS zijn Mearsheimer en Walt al maanden het doelwit van een gerichte lastercampagne. Hun boek zou bedenkelijke academische standaarden hanteren, en de auteurs zouden, uiteraard, hoe kan het ook anders, antisemiet zijn. Dit laatste toverwoord is de afgelopen decennia dusdanig misbruikt door apologeten voor de staat Israël dat het bijna al haar betekenis heeft verloren. Overigens slaat deze term de plank volledig mis, aangezien zij gebruikelijk als “anti-joods” wordt gedefinieerd. Dat is vreemd, want de Arabieren zijn bijvoorbeeld ook Semieten. Zoals wel vaker in het debat rondom Israël stellen verdedigers van deze staat hiermee het Joodse belang boven dat van anderen. Het is de discriminatie en het suprematiegevoel van het moderne Zionisme aardig in één term gevat.

In Europa, waar men ondanks de lokale Ronnie Naftaniëls toch net iets evenwichtiger met dit soort zaken omgaat, kunnen Walt en Mearsheimer hun verhaal makkelijker kwijt, en deden dat zaterdagavond in Amsterdam dan ook met verve. Voor de aanwezigen ontvouwden zij de strekking van hun boek, namelijk dat de Israëllobby in Amerika, door systematisch grote politieke druk uit te oefen op congresleden en presidenten, een normaal debat over het beleid ten opzichte van Israël onderdrukt. Hierdoor promoot het, en slaagt het dikwijls in het doordrukken van, beleid dat nadelig is voor zowel Amerika áls Israël. De lobby denkt de belangen van beide staten te behartigen, maar schaadt die feitelijk. Het beste voorbeeld dat de twee wetenschappers hiervan gaven, en waar ze ook uitgebreid over schrijven, zijn de illegale koloniën die Israël in bezet Palestijns gebied gebouwd heeft, en nog altijd bouwt. De koloniën, en de praktijk van landjepik die ermee gepaard gaat, zijn één van de grootste bronnen van onrust in het conflict tussen de Israël en de Palestijnen. Ook zijn ze Amerika officieel een doorn in het oog. Al zo’n veertig jaar zegt het officiële Amerikaanse standpunt over de dikwijls gewelddadige kolonisten dat zij en hun nederzettingen uit Palestina moeten verdwijnen. Nu is Israël economisch en militair gezien voor een groot deel afhankelijk van de VS. Maar ondanks de grote invloed, en ondanks hun officiële mening, zijn Amerikaanse presidenten er sinds Richard Nixon niet in geslaagd op dit punt iets te bereiken. Sterker nog, het aantal kolonisten is alleen maar gegroeid, en groeit nog steeds. Waarom dit het geval is, daar zijn Walt en Mearsheimer stellig over: het is te wijten aan de lobby, die door haar invloed voorkomt dat er daadwerkelijke druk wordt uitgeoefend op Israël. Het gevolg hiervan is dat de illegale koloniën zich uitbreiden, wat uitzonderlijk slecht is voor de gemoederen onder de Palestijnen en moslims in het algemeen. Deze keren zich daardoor niet alleen tegen Israël, maar ook tegen de VS die worden gezien als een soort godfather die de misdaad zegent. De twee professoren legde tevens uit dat hun standpunt met betrekking tot de lobby in de hele wereld als normaal wordt beschouwd, behalve in Amerika. Zelfs in Israël wordt de macht van de lobby openlijk erkent en wordt zij aangestipt als belangrijke bondgenoot. Zo zei de huidige premier Ehud Olmert ooit eens dat Israël geen betere vriend had dan AIPAC, de grootste Amerikaanse politieke actiegroep die Walt en Mearsheimer aanmerken als lid van de lobby. Kortom, er is niks geheimzinnig aan de Israëllobby. Zij opereert openlijk, en maakt geen geheim van haar macht. En toch doet zich de rare situatie voor dat als men dit gegeven in Amerika tracht te bespreken, alles in het werk wordt gesteld om het debat in de kiem te smoren.

Een van de voornaamste pitbulls die een open discussie over het beleid jegens Israël in de VS te proberen te voorkomen is de advocaat Alan Dershowitz. Deze rabiate extremist was vroeger vooral bekend als lid van het verdedigingsteam van OJ Simpson. Maar tegenwoordig is hij beruchter vanwege zijn advies aan de Amerikaanse regering na elf september om martelen als verhoortechniek toe te passen. Ook van Dershowitz hadden Walt en Mearsheimer last gehad. In hun bezoek aan Nederland was de Amerikaanse advocaat de twee professoren overigens voorgegaan. In mei van dit jaar bezocht Dershowitz de universiteit Leiden als onderdeel van de promotie voor zijn boek The case for peace. De moderator bij het debat, toen, tussen Dershowitz en het publiek, was Leonard Ornstein, jarenlang journalist voor Vrij Nederland en tegenwoordig eindredacteur bij Buitenhof. Ondanks het verzoek van Dershowitz om slechts “vijandige vragen” te stellen (hij houdt blijkbaar van debat) deed Ornstein niet bepaald zijn best om de Amerikaan het vuur aan de schenen te leggen. Op een gegeven moment zei hij zelfs gekscherend dat de discussie misschien zou moeten gaan over of Israël mensen martelt, om daar vervolgens met een zelfverzekerd lachje aan toe te voegen dat dat uiteraard niet waar was. Dit ondanks torenhoge stapels rapporten van Palestijnse, internationale en Israëlische mensenrechtenorganisaties die overtuigend bewijzen dat Israël al jaren systematisch mannen, vrouwen en kinderen martelt. Tot mijn verbazing was Ornstein bij Walt en Mearsheimer wederom de moderator van het debat. Maar ditmaal had hij absoluut geen moeite met het stellen van “vijandige vragen” aan de twee sprekers. Op een gegeven moment liet hij zich dusdanig meeslepen in zijn eigen kritiek op de twee Amerikaanse professoren dat een aanwezig lid van de organisatie Een Ander Joods Geluid hem tot de orde moest roepen. De vraag van dit publiekslid, wanneer de zaal nu eens met de sprekers van gedachten kon wisselen, herinnerde Ornstein gelukkig aan zijn daadwerkelijk rol die avond.

Toen ik John Mearsheimer na afloop van het debat vertelde over het verschil in opstelling van de moderator ten opzichte van het bezoek van Dershowitz antwoordde de professor met een sarcastisch “I’m shocked”. Ik bedacht me dat hij dit soort dingen in Amerika waarschijnlijk geregeld meemaakt. Maar ik voelde me wel een beetje bevoorrecht. Ondanks het feit dat ik niet in Amerika woon, had ik het lobby-effect toch een beetje kunnen ervaren.